Home

Jonathan Lambregs: “Liefde voor milieu kreeg ik met paplepel mee”

Jonathan Lambregs (bijna 30) is gebeten door het milieu- en klimaatthema. Hij wil zijn idealisme graag omzetten in engagement om effectief te strijden tegen de opwarming. Na een aantal jaar bij de organisatie Bond Beter Leefmilieu trekt hij nu naar Rwanda en Oeganda om daar in de sector van de hernieuwbare energie te werken. Een gesprek over idealen, het klimaat, de vergroening van onze economie en reizen.

Bond Beter Leefmilieu

In 2012 ben je aan de slag gegaan bij de Bond Beter Leefmilieu. Vanwaar die keuze?

Jonathan: “De liefde voor het milieu heb ik met de paplepel meegekregen. Mijn ouders waren altijd al sterk begaan met de samenleving, politieke kwesties, het milieu. Ze lieten een zonneboiler plaatsen toen dat nog veel minder in de mode was. Aan de universiteit raakte ik zodanig geïnteresseerd dat ik ging dromen van een job waarin ik kon lobbyen, overtuigen en opkomen voor serieus milieubeleid. Werken bij de Bond Beter Leefmilieu was dan ook ideaal: zo kon ik lobbyist zijn voor het klimaat, overleggen met het middenveld, praten met politici, zelf studiewerk doen.”

“Maar dan kreeg ik zelf tegenslag en werd ik geconfronteerd met teelbalkanker. Een kans om stage te lopen bij het directoraat-generaal Klimaat (EU) moest ik afzeggen: ik zat onder de chemotherapie. Die periode was voor mij een moment om alles op een rij te zetten en te evalueren: wat maakte mij nu echt gelukkig? Ik stelde vast dat ik mezelf wat aan het verliezen was in het hele politieke proces rond milieu en klimaat en dat mijn werk daarrond veel energie van me eiste. Ik miste vaak directe feedback. Misschien kom ik meer tot mijn recht in het bedrijfsleven, bedacht ik. Vanuit die optiek deed ik een master Bedrijfskunde. Ik kwam in contact met het Prins Albertfonds, dat jongeren de kans geeft om met een beurs voor een Belgisch bedrijf in het buitenland te werken. Ik stelde me kandidaat voor zo’n beurs en werd uitgekozen, samen met 19 anderen.”

Werken in Afrika

Vanaf oktober zit je in Oeganda en Rwanda om er voor de startup Tiger Power zonnepanelen te installeren en energieprojecten op te starten. Met die beurs van het Prins Albert Fonds. Vertel daar ’s wat meer over?

Jonathan: “Ik zal werken vanuit Kampala. Het jonge bedrijf Tiger Power combineert zonnepanelen met een batterijsysteem. Met dat hele systeem kan je de dieselgeneratoren vervangen die nodig zijn om telecompalen van stroom te voorzien. Zulke systemen willen we in Rwanda en Oeganda installeren, niet alleen om telecompalen te voeden maar ook om dorpen en bedrijven stroom te geven. Beide landen willen tegen 2020 de stroomvoorziening gevoelig uitbreiden. Het systeem van Tiger Power is erg interessant voor afgelegen plaatsen en gebieden. Wij zullen onze systemen installeren met de steun van private investeerders en de Belgische overheid. Zodra we in Rwanda en Oeganda goed draaien is uitbreiden naar andere Afrikaanse landen niet uitgesloten.”

Al langer dan vandaag wordt er gesproken over 'een vergroening van onze economie', het streven naar meer duurzaamheid, de wenselijkheid om economie en ecologie meer op elkaar af te stemmen. Hoe denk jij daarover?

Jonathan: “De opwarming van het klimaat is een enorme uitdaging. Maar ze biedt ook veel opportuniteiten en technologische mogelijkheden. In heel veel sectoren zoeken ze nu naar oplossingen om minder CO2 te produceren. Dat geeft grote kansen voor onze economie. Jonge ondernemers kunnen daarop inspelen, en die projecten zullen ook heel wat mensen werk geven.

“Veel bedrijven trachten zich vast te klampen aan hun businessmodel maar op termijn zullen de olie- en steenkoolbedrijven toch moeten plaatsmaken voor producenten van hernieuwbare energie. Die hele omslag betekent dat er duidelijke keuzes te maken zijn. We moeten veel meer op lange termijn denken en de overheid moet ook haar rol willen spelen.”

“Kijk naar wat er in Californië is gebeurd. Daar wilde de overheid het elektrische wagenpark gevoelig vergroten. Een constructeur als Tesla speelde daarop in door alleen maar elektrische auto’s te bouwen. Dat illustreert welke impulsen de overheid kan geven.”

Ecologische voetafdruk

Wat doe je zelf om je ecologische voetafdruk te verkleinen?

Jonathan: “Ik doe mijn best maar ik wil ook niet hypocriet zijn: ik eet wel degelijk vlees, en ik neem ook het vliegtuig. Je kan niet van elk individu verlangen dat hij bezig is met élke maatschappelijke of ecologische kwestie. Vandaar dat de overheid de maatschappij in een bepaalde richting moet duwen. Als de overheid een CO2-taks zou invoeren en brandstof voor vliegtuigen eerlijk zou belasten, zou het goedkoper zijn om met de trein naar Berlijn te gaan dan met het vliegtuig. Zo zorg je dat mensen vanzelf de meer duurzame beslissing nemen. Mensen blijven uiteindelijk wezens die hun beslissingen baseren op rationele en emotionele overwegingen. Mijn eigen ecologische voetafdruk is zeker nog te groot, ook al heb ik geen auto.”

Er wordt veel verkondigd over de mogelijke transitie naar een ander soort economie, maar merken we daar wel genoeg van?

Jonathan: “België neemt in dit soort zaken vaak een afwachtende houding aan. Ik geloof in een economie die hernieuwbaar en circulair is. In een kringloopmodel kan je tal van producten en grondstoffen recycleren en hergebruiken. Nog altijd worden er veel te veel grondstoffen weggesmeten nadat ze zijn gebruikt.”

Weg met kernenergie

De uitstap uit de kernenergie wordt hier ook al lang beloofd door de politiek. Maar zal het er echt van komen? Zweden en Duitsland lijken al véél verder te staan. En de Zwitsers stemden dit jaar voor een plan van hun regering om kernenergie te vervangen door energie uit alternatieve energiebronnen. Waarom kan daar wel wat bij ons niet - of niet genoeg - lukt?

Jonathan: “We zouden in België zeer duidelijk moeten zeggen dat we af willen van de kernenergie, ook al wil een werkgeversorganisatie als het VBO daar niet van weten. De paarsgroene regeringen wilden gedaan maken met de kernenergie maar nadien verwaterden de goede bedoelingen. Net door kernenergie af te zweren zeg je duidelijk tegen ‘de markt’ dat de weg open ligt voor hernieuwbare energie. In Duitsland hebben ze een duidelijke keuze gemaakt, ook al was dat moeilijk. Daar moet de kernenergie verdwijnen. Bij ons is er nog te weinig een cultuur van vooruitdenken en te weinig openheid voor nieuwe ideeën. Dat kan anders.”

“Na de kernramp in Fukushima kreeg de Duitse bondskanselier Angela Merkel een uitgelezen kans om haar land warm te maken voor een Energiewende. Politici zijn lang niet altijd zo vernieuwingsgezind en denken ook aan de stemmen die ze moeten halen. Wanneer een publieke opinie in beweging komt, zijn ze al sneller geneigd om mee te bewegen en soms gedurfde voorstellen te verdedigen.”

Je job bij de Bond Beter Leefmilieu en je nieuwe baan in Afrika, dat waren natuurlijk bewuste keuzes?

Jonathan: “Ik wil graag mijn ideaal vasthouden en meewerken aan oplossingen voor het klimaatprobleem. Met Tiger Power zal dat zeker lukken in Afrika. Ik hou wel van uitdagingen. Mijn werk daar zal zeker één jaar duren. Daarna zien we wel wat er gebeurt. Het zal een hele opgave zijn om de bureaucratie in een land als Rwanda te doorworstelen, vergunningen te regelen, lokale partners te vinden, de cultuur en de taal te leren kennen. En ik zal ook investeerders moeten aanspreken. In Afrika draait alles zeker niet puur om efficiëntie of bedrijfsdenken. Veel is er gebaseerd op goede persoonlijke contacten.”

De milieubeweging en ecologische partijen zeggen meer dan eens dat er veel banen te creëren zijn door onze economie te vergroenen. Ben je het eens met die stelling?

Jonathan: “Jazeker. Al onze huizen en gebouwen moeten op termijn energieneutraal worden. En we bouwen hier steeds meer windturbines en zonnepaneelinstallaties. Om dat allemaal te realiseren zijn niet alleen hooggeschoolde mensen nodig maar ook veel werkende handen. Ik denk dat de vergroening van onze economie zeker een groot jobpotentieel inhoudt. Dat wordt trouwens bevestigd door ernstige rapporten van internationale instellingen en denktanks.”

In de zomer van 2017 ben je, samen met twee van je vrienden, enkele maanden gaan rondreizen. Met de fiets trokken jullie van San Francisco naar New York, als voorbereiding op een triatlon. Wat heb je daar allemaal meegemaakt en welke indrukken heb je ginder opgedaan?

Jonathan Lambregs: “Ik wilde in Amerika het avontuur opzoeken en iets sportiefs doen. Het leek me geweldig interessant om allerlei mensen te leren kennen in dat land, zeker nu Donald Trump daar president is. Met de fiets reizen biedt het grote voordeel dat je met veel gewone mensen in contact kan komen. In sommige Amerikaanse dorpen waar we passeerden hadden ze nog nooit fietsers gezien. De Amerikanen hebben toch een heel andere kijk op de maatschappij dan wij: zij geloven sterk dat je het allemaal zelf kan waarmaken, terwijl ik bijvoorbeeld van oordeel ben dat er ook een overheid nodig is om een aantal mensen te steunen en vooruit te helpen. Ik snap hun kijk ook wel met hun geschiedenis van cowboys en geweld. Wie zijn buurman neerknalde, kreeg er een flinke lap grond bij, bij wijze van spreken dan.”

“Op zeker ogenblik kwamen we daar een fervente Trumpfan tegen. Die man was opgegroeid in een arm gezin en ging er prat op dat hij nu zonder steun van wie dan ook zijn kinderen naar de universiteit kon sturen. ‘Ik hoef geen geld van de overheid’, vertelde die ons fier.”

“Wat ik nu ook goed besef is dat we in België een erg goed onderwijs hebben. Ik kreeg het gevoel dat Amerikanen minder parate kennis hebben en een minder kritische geest dan wij. Soms zijn ze nogal kortzichtig. Ze hebben nu een president die zeer sterk handelt op basis van intuïtie en gevoelens. Trump belooft jobs door mijnen te heropenen maar hij zou veel meer kunnen verwezenlijken door investeringen in nieuwe economische sectoren aan te moedigen.”

“In vergelijking met de meestal gematigde Belgen is Amerika een land van extremen. Je hebt er heel progressieve stadjes en heel conservatieve boerendorpen. Of heel zwaarlijvige mensen en super afgetrainde sporters.” “Mààr ook: Amerikanen zijn uiterst vriendelijk. Ze zijn heel gastvrij, en je mag overal logeren. Het gebeurde zelfs een keer dat een vrouw me absoluut 20 dollar wilde geven omdat ze aan God had beloofd dat ze die dag een goede daad zou stellen.”

Denis Bouwen

De auteur is hoofdredacteur van Ons Recht, het maandblad van LBC-NVK. De Landelijke Bediendecentrale – Nationaal Verbond voor Kaderpersoneel is een vakbond die deel uitmaakt van het ACV.
Met dit en andere interviews focussen de LBC-NVK en het ACV (ook) op de leefwereld en de noden van jongeren, en zoeken er bewust affiniteit mee - www.lbc-nvk.be - www.acv-online.be

Overname van dit artikel toegelaten voor niet-commerciële en niet-gesubsidieerde organisaties met vermelding van auteur en bron, met weblink. Wij vernemen het graag | Commerciële en/of gesubsidieerde organisaties nemen voor publicatie contact op met info@pala.be

Tot het einde gelezen? En het artikel gewaardeerd?
Dan kan Pala misschien op uw steun rekenen.
We verwelkomen u graag als steungever - klik hier

Een goed artikel? Interessant nieuws? Schenk vrienden, familie, kennissen of collega’s een gratis abonnement, dan hoeven ze Pala nooit te missen. Gebruik daarvoor het geschenkabonneeformulierklik hier

Regio's: 

Lees ook