Accueil

We hoeven de ‘General Motors' globalisering niet zomaar te ondergaan

"Opvallend hoe verschillend de werknemers van Umicore in Hoboken-Antwerpen en van General Motors in datzelfde Antwerpen hun werksituatie inschatten." (uit Het Mondiale Uitzendkantoor)

Lang verwacht en nu toch aangekondigd: General Motors wil zijn Opel-fabriek in Antwerpen dicht. De gevolgen van een heel slechte globalisering laten zich heel hard voelen. Veronderstel even dat we in dit land een echt industrieel beleid zouden hebben. Dan hadden we nu zeker een bloeiende windmolenindustrie met minstens een paar tienduizenden werknemers, goede jobs voor de arbeiders uit de autofabrieken die de voorbije jaren krimpen.
Of, nog moeilijker in te beelden, dat ook General Motors de toekomst had voorbereid. In combinatie met ons industrieel beleid en onze kennis op nogal wat terreinen, zouden er dan elektrische auto's van de band kunnen rollen. Dat zou vele jobs redden en meteen onze economie ecologisch meer verantwoord maken.

Welke keuzes overheden en bedrijven maken, kan zelfs op vrij korte termijn een ontzettend groot verschil maken. Een frappant voorbeeld is te lezen in het vorig jaar verschenen boek Het Mondiale Uitzendkantoor, een vergelijking tussen de bedrijven Umicore en Opel, allebei in Antwerpen.

Het oude Umicore heette Union Minière en was bekend - of berucht - voor zijn koper- en zinkfabrieken waar de uit Congo aangevoerde ertsen werden verwerkt. Het huidige Umicore ziet zich veel liever geassocieerd met wat het doet op vlak van zonnecellen, brandstofcellen, herlaadbare batterijen, autokatalysatoren en recyclage van edele metalen waarin het wereldwijd koploper is. Momenteel werken 15.000 mensen voor deze multinational die wel tachtig productievestigingen telt in alle continenten.

Het is interessant om te zien hoe de Belgische werknemers daarop reageren. ‘Die overschakeling van koperfabriek naar herwinning van edele metalen betekende een serieuze reorganisatie voor de werknemers in het Antwerpse Hoboken. Het is dag en nacht verschil met vroeger,' getuigen Frank Van Goethem en Marc Van Raemdonck van het ABVV. Vandaag zien ze vooral de voordelen: ‘Onze fabriek draait volledig op recyclage. Er is een nieuwe smelter gebouwd die kan rekenen op een stabiele aanvoer. De zware investeringen hebben het bedrijf verankerd. Zo is voor ons de last van globalisering in grote mate verdwenen. We voelen ons veilig omdat er nog een nieuw project aankomt en omdat Umicore in België blijft investeren.'

Hoe anders is de situatie in datzelfde Antwerpen in de fabriek van General Motors, tot een paar jaar geleden 's wereld grootste autofabrikant, nu aan de rand van het faillissement. Net als vele collega's is Jerry Sluyts er niet zo gerust in: ‘Je merkt al een tijdje dat ze op droog zaad zitten. Wie vroeger naar de vestiging in het Spaanse Zaragoza* moest, nam het vliegtuig, nu gaan ze met de auto. De klap voor ons kwam er met het niet toewijzen van de nieuwe Astra. Zelf werk ik in de perserij. Daar verhuist het werk nu naar de vestiging in Polen. De grootste pers is al weg en de nieuwste persen raken we straks kwijt, enkel de oude persen blijven. Bij zulke beslissingen worden we als vakbond met de rug tegen de muur gezet. De beslissingen worden mondiaal genomen, en in Europa ligt de macht bij Opel in Duitsland. Dat voelen we, Bochum krijgt het grootste volume terwijl Antwerpen veel moderner is. En toch gaat de nieuwe Astra naar ginder.'

Het is zowel voor de werknemers, voor het milieu als voor het bedrijfsleven zelf een spijtige zaak dat er in dit land zo weinig ‘Umicores' zijn.

Dirk Barrez

grotendeels gebaseerd op Dirk Barrez en John Vandaele, Het Mondiale Uitzendkantoor. Waardig werk in tijden van globalisering en crisis, p.163-164. Klik voor info en bestellen - ook beschikbaar met gelijknamige dvd

Klik voor PALAbrief 68 Van crises tot sociaalecologische economie. Laten we elektrische auto's bouwen

Landen: 

Lees ook

Van een nieuwe Ikea en de jobs van General Motors: de jacht op goedkope arbeid woedt heviger

Wereldwijd hebben allen die van werk moeten leven het moeilijk. Hun aandeel in de welvaart die we produceren gaat op de meeste plaatsen al heel lang achteruit. Dat de financiële crisis ook voor wie van kapitaal moet leven de kaarten hard anders heeft geschud, verbetert daarom nog niet de situatie bij werknemers. Op mondiale economische markten blijven ze gevangen in een heel kwetsbare positie.

Neem de werknemers van de grote Amerikaanse autobedrijven. Vooral in de Verenigde Staten is het lang bon ton geweest, en soms is het dat nog altijd, om de vakbonden te hoge lonen te verwijten en daar de reden voor het falen te zoeken. Vrijwel iedereen moet vandaag beseffen dat in de eerste plaats het management van General Motors, Ford en Chrysler hebben gefaald.