Home

Is er oorlog nodig om de oorlog uit te roeien?

Het publieke goed bij uitstek is de bescherming van de lichamelijke integriteit van elke mens, veiligheid dus. Als er al één goede zaak is aan staten, dan is het dat zij de veiligheid van hun burgers trachten te waarborgen. In de straten van stad of dorp mag geen geweld regeren. Het is hoog tijd om dit principe voor de hele wereld te laten gelden en dus te mondialiseren.

Georganiseerd geweld of oorlog is, samen met dictatuur, honger en ziekte door armoede, ongetwijfeld de zwaarste aanslag op de menselijkheid. We kunnen ons niet (meer) voorstellen dat oorlog ook ons zou treffen. En daar zijn goede redenen voor want gewapende conflicten en oorlog lijken op de terugweg. Het aantal geweldsdoden is in de 21ste eeuw op een historisch laagtepunt beland zoals we begin september in Pala schreven. Belangrijke bron voor dat artikel is het jongste boek van Ian Morris 'War! What is it good for?' (2014), intussen ook in het Nederlands vertaald met als titel 'Verwoesting & vooruitgang'.


Maar een hoeraverhaal is dit niet want bloedige strijd is er nog wel degelijk, zelfs niet eens zo veraf in Syrië of Libië, of wat verder in Irak en Afghanistan, of in Zuid-Soedan en Centraal-Afrika, of in Centraal-Amerika en nog tal van andere plaatsen. Hoe gaan we best om met het nog altijd belangrijke vraagstuk van oorlog en vrede?

Ian Morris argumenteert dat de mensheid niets beters heeft dan de 'productieve oorlog' om het aantal geweldsdoden te doen dalen, van 10 à 20 procent in de steentijd tot minder dan 1 procent in de vroege 21ste eeuw. Het is en blijft de hoofdstelling van zijn boek, ook al nuanceert hij een beetje op het einde.

Op dat vlak ben ik het niet eens met Morris. De mensheid heeft wel degelijk alternatieven voor de oorlog om geweld succesvol te bestrijden.

Voorkomen is beter…

Natuurlijk is het best om oorlog te voorkomen. Dat kan door zwaar te investeren in manieren om conflicten geweldloos op te lossen, in diplomatie, overleg en democratie – altijd veel goedkoper dan geweld.


Daarom moeten we ook het structurele geweld van honger, van armoede en ongelijke inkomensverdeling, van vermijdbare ziekten en van analfabetisme overwinnen; die permanente voedingsbodem voor geweld droogleggen vereist minstens dat we alle mensen toegang verzekeren tot minimale welvaart.

Maar hoe de hete oorlog kwijtraken?

We kunnen moeilijk naast de feiten van zoveel losgebarsten oorlogsgeweld kijken. Hoe raken we de hete oorlog kwijt? is dan ook een levensbelangrijke vraag in een wereld waar gewapend geweld nog altijd te sterk aanwezig is.


         We laten gewapende bandieten toch niet los lopen?

Niet dat het vanzelfsprekend is of meteen altijd toepasbaar maar we kennen wel allemaal een deel van het goede antwoord. Want in onze samenlevingen laten we gewapende bandieten niet los lopen, neen, we sturen er de politie op af. Net zo kan de wereldgemeenschap niet lijdzaam toezien wanneer machthebbers, moderne krijgsheren, bendeleiders of terroristen vandaag of gisteren in Syrië, Bosnië, Afghanistan, Rwanda, Irak, Somalië, Mexico of Kongo oorlog en terreur zaaien of zich te buiten gaan aan etnische of andere zuiveringen en genocide, neen, dan moeten we er met de Verenigde Naties een internationale politiemacht op af sturen.


Politie is geen leger

En omdat er meer dan werk genoeg is moet dat een permanente VN-politiemacht zijn. Die staat er niet alleen voor, ook Europa, Afrika en andere continenten of subcontinenten ontplooien hun regionale organisaties voor vrede en veiligheid, hun politiemachten. Laat het woord politie echter niet voor verwarring zorgen. Zo nodig – denk bijvoorbeeld aan de huidige conflicten in Syrië of de Centraal–Afrikaanse Republiek, of vroeger in Bosnië of Rwanda, of aan de bezetting van Koeweit door Irak - moeten zij over de zwaarste bewapening beschikken. Dan lijkt het wel een leger, maar is het niet. Zulke internationale politiemacht voert immers geen oorlog maar zorgt voor openbare veiligheid en verzekert volledig legitiem een minimale rechtstoestand met eerbiediging van alle burgerrechten, daarenboven onder gezag en toezicht vanwege een bevoegde overheid.


Een veiliger wereld vraagt overigens ook dat er dringend werk wordt gemaakt van ontwapening. Allereerst moeten kleine wapens de wereld uit. Nu slingeren er wel honderden miljoenen van die lichte wapens rond en dat zijn verreweg de belangrijkste doders. We moeten mondiaal de ambitie hebben om van wapens opnieuw een monopolie te maken van publieke ordehandhavers die er heel terughoudend, streng gereglementeerd en democratisch gecontroleerd mee omspringen. En net zoals in democratische nationale staten dat geweldmonopolie bij de overheid thuishoort, komt het internationale geweldmonopolie toe aan legitieme regionale en mondiale overheden.

Vandaag zijn oorlogen burgeroorlogen

Veel mooie dromen zal u misschien denken. Toch is er al heel wat gerealiseerd. Het fenomeen dat staten ten oorlog trekken – iets wat media tegenwoordig op een curieuze wijze sterk in herinnering brengen door dag na dag de Eerste Wereldoorlog te verslaan – is spectaculair gedaald. Vandaag spelen oorlogen of gewapende conflicten zich niet langer af tussen landen, of hoogst zelden. Weinig Europeanen die zich dat in 1945, met één en dikwijls twee wereldoorlogen nog al te fris in het geheugen, konden voorstellen.


Daarmee is niet gezegd dat het niet langer zou kunnen. Zo is er in Azië in tal van landen een ronduit gevaarlijke indrukwekkende militarisering en wapenopbouw bezig. En ook het conflict tussen Rusland en Oekraïne herinnert eraan dat terugval altijd mogelijk is.

Maar op dit ogenblik doet georganiseerd geweld zich bijna altijd voor in landen. Het betreft dus burgeroorlogen, dikwijls in falende staten, en de slachtoffers wachten op regionale en internationale overheden die hun politieverantwoordelijkheid opnemen om veiligheid, recht en orde te laten heersen door een geweldmonopolie af te dwingen.

Als we willen kunnen we zelfs met ons kleine land de wereld mee op dit spoor van ontwapening en mondiale vredeshandhaving zetten. Het is bijvoorbeeld perfect mogelijk om een legereenheid aan te bieden als deel van een permanente VN-politiemacht; of, nog realistischer misschien, als deel van een Europese regionale veiligheidsorganisatie die dan binnen het raamwerk van de Verenigde Naties de veiligheid in Europa en de wereld mee verzekert.

We geven de wereld FN cadeau

Graag herinner ik aan een veel ambitieuzer maar al even realistisch voorstel. (1) Dit land heeft de twijfelachtige eer om een wereldwijd bekende wapenfabriek te bezitten waarvan de handvuurwapens opduiken in zowat alle conflicten op onze aardbol, FN Herstal, eigendom van het Waals Gewest. Waarom doen we ze niet cadeau aan de Verenigde Naties, op één voorwaarde? De geproduceerde wapens mogen enkel terechtkomen bij legitieme en democratisch gecontroleerde politiemachten. Dat zou voor de wereld een principiële reuzensprong betekenen op weg naar ontwapening en naar een geweldmonopolie voor democratische overheden. Dan kunnen we echt hopen op een veiliger wereld waarin we veel vrijer kunnen rondlopen.


Dirk Barrez 

Voetnoot
(1) 8. We geven de wereld FN cadeau | Pala 25-11-2003

Een veel ruimere behandeling van het vraagstuk van oorlog en vrede is te lezen in het boek Van eiland tot wereld. Appèl voor een menselijke samenleving. De eerste vier pagina's van dat hoofdstuk 'veiligheid' zijn te lezen op pala.be – klik hier 
Het boek zelf is te koop voor de prijs van €12 (ipv 19), verzending inbegrepen – klik hier

Lees ook Steeds meer gewapende conflicten, oorlog en geweldsdoden? Neen, toch niet | Pala 2-9-2014 

Lees ook