Accueil

Kernwapens, een vergeten klimaatprobleem?

Op 22 januari 2021 werd het internationale verdrag dat kernwapens verbiedt van kracht. Dat werd mogelijk toen eind vorig jaar Honduras als vijftigste land het ‘UN Treaty on the Prohibition of Nuclear Weapons’ (TPNW) ratificeerde.

Dat internationaal verbod betreft zowel de productie of modernisering, de stationering op eigen grondgebied of in internationale wateren, als de dreiging met of het gebruik van kernwapens. Het werd al op 7 juli 2017 in de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties met grote meerderheid goedgekeurd.

Nu vier op vijf landen ze als immoreel wapentuig voor massavernietiging beschouwen, groeit er naast aandacht voor de humanitaire gevolgen ook bezorgdheid over de ecologische gevolgen van een beperkte inzet van tactische kernwapens.

Dat er eindelijk een wereldwijd verbod is op kernwapens danken we aan de jarenlange inzet van de International Campaign to Abolish Nuclear Weapons (ICAN). ICAN werd daarvoor bedacht met de Vredesnobelprijs 2017. Ieder weldenkend mens zal dit verbod allicht toejuichen, al is de weg naar een volledig kernwapenvrije wereld nog lang. De blinde vernietigingskracht van deze wapens is trouwens enorm toegenomen sinds de eerste atoombom goed 75 jaar geleden boven Hiroshima tot ontploffing werd gebracht. Zo is de nucleaire vuurkracht van één Britse Trident-duikboot groter dan alle bommen samen die tijdens WO2 werden gedropt en vergelijkbaar met de vernietigingskracht van ruim driehonderd Hiroshima-bommen. Die veertig kernkoppen, verdeeld over acht raketten, kunnen in stedelijk gebied tien miljoen slachtoffers maken. Toch stellen ze op zich nog niet eens een half procent voor van de huidige wereldvoorraad aan kernwapens …

Nucleaire winter

Volgens de Scientists for Global Responsibility, een Britse organisatie die wil dat wetenschap vooral zou bijdragen aan vrede, sociale rechtvaardigheid en duurzaamheid, zullen de door een kernaanval veroorzaakte megabranden gedurende minstens zeven tot tien jaar wereldwijd zware ontwrichtingen van het weer veroorzaken. Stedelijke en industriële doelwitten bevatten immers veel brandbaar materiaal, zoals asfalt, kunststoffen en fossiele brandstoffenvoorraden. Een of meerdere nucleaire vuurballen zouden enorme hoeveelheden roetdeeltjes afkomstig van brandende steden tot hoog in de stratosfeer stuwen. Op een hoogte van 10.000 meter en meer zouden deze partikels het inkomende zonlicht grotendeels reflecteren en een wereldwijde afkoeling van de gemiddelde temperatuur veroorzaken.

Zo’n ‘nucleaire winter’ zou ernstige impact op de landbouw hebben: kortere groeiseizoenen, verandering in neerslagpatronen en zelfs mondiale ontregeling van regionale weersystemen, zoals de moessonregens in Zuid-Azië. Dit alles zou tot ernstige voedseltekorten leiden, gezien de huidige voedselreserves volgens de FAO minder dan honderd dagen overbruggen. Tot twee miljard mensen riskeren te verhongeren, zo berekenden de International Physicians for the Prevention of War.

De humanitaire gevolgen van een kernoorlog reiken dus veel verder in de tijd dan de eerste ogenblikken van een nucleaire ontploffing met zijn zeer destructieve luchtverplaatsing, branden en radioactieve fall-out. Deze vaststelling bracht sommigen ertoe om het concept van winter-safe deterrence’ te introduceren. Wat erop zou neerkomen dat nucleaire afschrikking pas echt kan werken als er wereldwijd niet meer dan 50 Hiroshimabommen inzetbaar zouden zijn. Momenteel echter overschrijdt de nucleaire slagkracht van elk van de negen kernwapenmachten, misschien met uitzondering van Noord-Korea, deze ‘beperkte’ vernietigingskracht.

Vuurstormwolken

Het gebruik van kernwapens zou bovendien een aanzienlijke impact hebben op de ozonlaag in diezelfde stratosfeer. De voorbije jaren zijn we door de intense bosbranden in Australië, Canada en de Amerikaanse westkust vertrouwd geraakt met een nieuw soort wolkentype, de pyrocumulonimbus. We leerden dat deze door felle bosbranden ontstane vuurstormwolk een draaikolk is van zeer hete rook die tot duizend kilometer in doorsnede kan aangroeien. Zo’n vuurstormwolk brengt rookdeeltjes tot hoog in de atmosfeer, waar ze gedurende twee tot drie maanden rond de wereld circuleren. Chemische reacties in zo’n pyrocumulonimbus veroorzaken een soort mini-ozongat met een daling tot 100 Dobson-eenheden in de centrale zone ervan, een weliswaar tijdelijke daling van ruim 30 procent van de totale hoeveelheid stratosferisch ozon.

Op oudejaarsavond van 2019 was de impact van zo’n vuurstormwolk in Australië vergelijkbaar met die van een gemiddeld grote vulkaanuitbarsting. Rond die jaarwisseling zijn daar 5,5 miljoen hectare bos in de as gelegd, bijna twee keer de oppervlakte van ons land. Wetenschappers vragen zich dan ook af wat er zal gebeuren als een grote vulkaaneruptie, zoals die van de Filipijnse Mount Pinatubo in 1991, samenvalt met zware bosbranden die steeds couranter worden. Allicht kunnen we evengoed beducht zijn voor een samengaan van megabosbranden met al dan niet gewilde nucleaire detonaties.

Link tussen kernwapenverbod en klimaat?

Het verbod op kernwapens zou hierdoor een prominentere rol kunnen spelen in het klimaatdebat. In dat debat zien velen nog steeds een rol weggelegd voor kernenergie omwille van zijn koolstofvrije stroomproductie. Zelden echter wordt de link gelegd naar opgewerkt uranium dat nodig is als brandstof voor de reactoren, maar evenzeer voor de productie van kernwapens.

Een verbod op kernwapens kan ook beter gecontroleerd worden als er nog nauwelijks uranium wordt opgewerkt. Bovendien zorgt de veilige opslag van hoogradioactief kernafval nog steeds voor hoofdbrekens bij ingenieurs en straks peperdure rekeningen voor de burgers.

Toeval of niet, de volgende (uitgestelde) klimaattop zou in november in de Schotse stad Glasgow plaatsvinden. Slechts een paar honderd kilometer verderop hebben de Britse kernwapens hun thuisbasis in het kustplaatsje Faslane. Allicht kan dat helpen om ook de link tussen klimaat, kernenergie en kernwapens onder de aandacht te brengen?

Doomsday Clock waarschuwt

De wijzers van de Doomsday Clock die het risico op een kernoorlog, een klimaatramp of ongewenste impact van andere disruptieve technologieën weergeeft, stonden eind januari op 100 seconden voor middernacht. In 1953, toen de toenmalige USSR haar eerste waterstofbom liet ontploffen en daarmee de kernwapenwedloop van start ging, stond de klok op twee minuten voor middernacht.

Nieuwe kernwapenwedloop?

Ondertussen groeit de aanhang voor de inzet van zgn. low yield kernwapens (letterlijk: ‘beperkte opbrengst’). Die optie staat overigens letterlijk in de 2018 Nuclear Posture Review. Daarin kondigde de toenmalige Trump-administratie aan het Amerikaanse nucleaire arsenaal te willen uitbreiden onder de doctrine van de zgn. ‘flexibele afschrikking’. Ook een upgrade van tactische kernwapens maakt daar deel van uit. Een concreet voorbeeld is de W76-2-kernkop die de USS Tennessee onderzeeër aan boord heeft. Dit kernwapen bezit een ‘yield’ van 5 à 7 kiloton TNT. Het is driemaal minder krachtig dan de Hiroshima en Nagasaki-bommen die respectievelijk 16 en 20 kiloton ‘zwaar’ waren.

De B-61 kernbommen die door onze F-16 jachtbommenwerpers afgegooid kunnen worden, zijn ook flexibel: ze kunnen worden afgesteld tot maximaal 50 kiloton. Volgens de US Doctrine for Joint Theater Nuclear Operations uit 1996 vallen ze hierdoor in de klasse van medium yield (10 tot 50 kiloton). High en very high yield staan dan respectievelijk voor kernwapens met een vernietigingskracht van 50 tot 500 kiloton en meer dan 500 kiloton.

Dergelijke ‘low yield’ kernwapentypes werken echter drempelverlagend voor de inzet van kernwapens. Een regionaal conflict kan immers snel escaleren tot een veel groter conflict, met inzet van zwaardere kernwapens. In de logica van de Geneefse Conventies van 1949 en het nog veel oudere jus in bello of oorlogsrecht zijn dergelijke wapens, net als chemische en biologische wapens, disproportioneel vernietigend in verhouding tot hun enige legitieme doel, het verzwakken van de slagkracht van de vijandelijke troepen. Beide vormen van oorlogsrecht draaien rond begrippen als militaire noodzaak, proportionaliteit, onderscheid en menselijkheid. Bij zware inbreuken hiertegen kan er zelfs sprake zijn van oorlogsmisdaden, die dan ook door de internationale gemeenschap bestraft kunnen worden.

Bij de inzet van kernwapens, zelfs in beperkte mate, is het vrijkomen van radioactieve straling onvermijdelijk. De fysieke schade die hierdoor aangericht wordt, kan op korte termijn – uren, dagen, weken – tot de dood leiden, maar ze kan iemands gezondheid ook jarenlang hypothekeren. Dat lijden van tienduizenden mensen kan moeilijk enige militaire waarde hebben en kan daardoor als een oorlogsmisdaad beschouwd worden. Het is geen toeval dat in het kersverse verbodsverdrag op kernwapens sprake is van compensatie van slachtoffers van kernproeven en kernaanvallen, zelfs als die heel ver in de tijd teruggaan.

Modernisering van kernwapens

Het NEW Start-verdrag over de vermindering van strategische kernwapens tussen de VS en Rusland mag dan wel hernieuwd zijn meteen na de verkiezing van president Joe Biden, de US Air Force heeft al in september vorig jaar een contract getekend met het defensiebedrijf Northrop Grumman om de sterk verouderde Minuteman 3’s te vervangen door 600 nieuwe intercontinentale ballistische raketten met meervoudige kernkoppen. Voorlopig prijskaartje van deze GBSDs of Ground-Based Strategic Deterrents: 100 miljard dollar.

Vandaag zijn er zo’n 450 raketsilo’s, verspreid over dunbevolkte gebieden in Montana, Wyoming, North Dakota, Nebraska en Colorado. Deze makkelijke doelwitten voor vijandelijke kernraketten zijn net bedoeld om de vijand te verplichten zijn ‘munitie’ hieraan te verspillen, in plaats van stedelijke en industriële doelwitten te treffen. De militairen spreken dan ook van een zogenaamde ‘nucleaire spons’. Toch ziet de meerderheid van de rurale bevolking van deze staten in de Midwest de aanwezigheid van deze silo’s naast hun boerderijen en scholen vooral als een welkome bron van jobs.

Deze modernisering van kernwapens riskeert de andere acht kernwapenmachten aan te zetten tot een nieuwe kernwapenwedloop in plaats van de gewenste afbouw van het wereldwijde kernwapenarsenaal te bevorderen.

Chris Dutry | schrijver

Bronnen
-Executive summary of the report ‘UK nuclear weapons: a catastrophe in the making?’, Scientists for Global Responsibility, 2016
-Firestorm. How wildfire will shape our future, Edward Struzik, Island Press, 2017
-‘Australië toont de aarde die 2 graden warmer is, Dominique Minten, De Standaard, 3 Januari 2020
-Do tactical nukes break international law?, Jaroslav Krasny, Bulletin of the Atomic Scientists, December 31, 2020
-Reviewing the horrid global 2020 wildfire season, Jeff Masters, Yale Climate Connections, January 4, 2021
-It is 100 seconds to midnight, Bulletin of the Atomic Scientists, January 27, 2021
-Why is America getting new 100 billion dollar nuclear weapon?, Elisabeth Eaves, Bulletin of the Atomic Scientists, February 8, 2021


Uw doordachte reacties zijn welkom op het emailadres infoATpala.be

Overname van dit artikel toegelaten voor niet-commerciële en niet-gesubsidieerde organisaties met vermelding van auteur en bron, met weblink. Wij vernemen het graag | Commerciële en/of gesubsidieerde organisaties nemen voor publicatie contact op met info@pala.be

Tot het einde gelezen? En het artikel gewaardeerd?
Dan kan Pala misschien op uw steun rekenen: uw gift is welkom
op rekeningnummer BE66 5230 4091 1443 van Pala vzw – Leuven.
Of we verwelkomen u graag als vaste steungever - klik hier

Een goed artikel? Interessant nieuws? Neem een gratis abonnement op de Pala nieuwsbrief (maximaal 2 maal per maand), dan hoeft u geen enkel artikel te missen. Gebruik daarvoor het inschrijvingsformulierklik hier

Regio's: 

Lees ook

Landbouw en natuur "lichtpuntje"? Zo schiet noodzakelijke transitie niet op

Het begrip transitie haalt volop de media, meestal in combinatie met klimaat. Ook fundamentele oplossingen belanden op tafel met de Europese 'Green Deal'. Toch dringt onvoldoende door dat transitie in zowat alle sectoren moet, zeker ook landbouw: zelfs de Vlaamse milieubeweging focust op lichtpuntjes in de marge.