Indiase kritiek op Hillary Clintons verzoek om uitstoot van broeikasgassen te verminderen
dinsdag, 1 september 2009 - 11:26
Minder dan honderd dagen te gaan en in de Deense hoofdstad Kopenhagen begint de VN-Klimaatconferentie die onder meer wereldwijde maatregelen zal moeten afspreken om de klimaatveranderingen tegen te gaan. Niemand verwacht dat het makkelijk zal worden. Op de voorbereidende conferenties in Bonn en Genève lagen de standpunten soms heel ver uit elkaar. De belangen van de rijke industrielanden botsen vaak radicaal met die van de opkomende groeilanden zoals Chinai, India en Brazilië.
Toen de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Hillary Clinton in juli op officieel bezoek was in India deed ze opvallende pogingen om de Indiase regering ervan te overtuigen snel werki te maken van een vermindering van de uitstoot van broeikasgassen. Dat wekte vooral irritaties op. Zowel bij regeringsfunctionarissen als bij een deel van de kritische pers werd Clintons verzoek gezien als een uiting van ‘eco-imperialisme'. Het land dat zelf verantwoordelijk is voor de grootste uitstoot van broeikasgassen (de gemiddelde Amerikaan is goed voor de uitstoot van 25 ton; de gemiddelde Indiër komt op 1,5 ton) en niet eens het Kyoto-protocoli heeft ondertekend, moest India niet de les komen spellen, vonden de critici.
Jairam Ramesh, de federale minister voor Milieuzaken, zei dat de ontwikkelingsbehoeften van het reusachtige land absoluut voorrang moeten blijven krijgen op de CO2-vermindering. Ruim een half miljard Indiërs moet nog elke dag zien te overleven met nauwelijks 1,5 dollar. Zij kunnen moeilijk verantwoordelijk worden gesteld voor de klimaatveranderingen. Dankzij de economische groeii van gemiddeld acht procent per jaar kan India in snel tempo ontwikkelingskansen bieden aan mensen die zo uit de absolute armoedei kunnen ontsnappen. Als de westerse industrielanden India zouden verplichten om drastisch te snoeien in de uitstoot van broeikasgassen zouden die ontwikkelingsinspanningen in het gedrang komen. India heeft bovendien ambitieuze plannen in de wedloop met die andere Aziatische groeipool Chinai. De Indiase eerste minister, Manmohan Singh, droomt ervan om leiding te geven aan een technologische revolutie die ontwikkelingslanden uit de diepste armoedei zou verlossen. Tegen 2050 zou India 25 procent van zijn energiebehoeften uit kernenergie halen. En door het massaal gebruik van genetisch gewijzigde gewassen moet de landbouwproductie in een hogere versnelling draaien. Ontwikkelingsplannen die ook in India op kritiek stuiten van milieuorganisaties, maar op veel aanhang kunnen rekenen in de zakenwereld en in de politiek.
Afbeelding
Schrijf in op de PALA nieuwsbrief
verschijnt maximaal 2 maal per maand
een journalistieke kijk op onze globaliserende wereld Hoe is de wereld eraan toe? Waar moet het naartoe? Hoe geraken we daar?
PALA zoekt met haar nieuwsbrief, website en boeken de antwoorden voor een meer sociale, ecologische en democratische samenleving en economie
Dat Clinton precies een bezoek bracht aan het ITC Green Centre in Gurgaon, een voorstad van New Delhi, dat een hoogtechnologisch voorbeeld wil zijn van een milieuvriendelijk kantorencomplex, was geen toeval. Zij onderstreepte in haar toespraak het belang van duurzame ontwikkelingi waarbij technologische vernieuwing hand in hand gaat met respect voor het milieu.
Sadhvi Sharma, een journalist uit Mumbai, vindt die stelling gevaarlijk. In het rijke Westen kan men dromen van een ‘groene andere levensstijl' met minder uitstoot van broeikasgassen, maar in India zijn vele mensen er nu pas aan toe om meer te kunnen vliegen, meer te kunnen consumeren, meer en beter te kunnen eten, kortom om eindelijk ook een beter leven te leiden. Dan gaan zeggen dat India - en andere groeilanden - niet de fouten mogen maken die de westerse industrielanden hebben gemaakt, is niet alleen cynisch, maar vooral ingegeven door eigenbelang. India heeft groei nodig. Overconsumptie is niet het probleem, maar schrijnende armoedei. En dat zal alleen opgelost worden met nog meer uitstoot van broeikasgassen. Ongetwijfeld een boeiende discussie.
Jan Van Criekinge
Klik voor het volledige artikel van Sadhvi Sharma dat verscheen op Spiked!
Klik voor het bezoek van Clinton aan India in de Indiase pers: Climate change: Hillary shares green thoughts with India
Web-tv - klik voor video met Clintons boodschap over klimaatveranderingi en de fouten van de industrielanden
Klik voor toespraak van eerste minister Singh over het Indiase Klimaatactieplan
Het begrip transitie haalt volop de media, meestal in combinatie met klimaat. Ook fundamentele oplossingen belanden op tafel met de Europese 'Green Deal'. Toch dringt onvoldoende door dat transitie in zowat alle sectoren moet, zeker ook landbouw: zelfs de Vlaamse milieubeweging focust op lichtpuntjes in de marge.
Een nuttige studie maar er valt te discussiëren over de naam ‘klimaattransitie’. Want de duurzaamheidstransitie moeten we omvattend aanpakken, niet in afzonderlijke klimaat- of andere schuifjes.
een multinational bestaat uit een moederbedrijf en filialen of vestigingen in minstens één ander land, meestal in heel veel landen zelfs. Belangrijk is dat het moederbedrijf die vestigingen controleert. In 2004 schat UNCTAD het aantal multinationale ondernemingen in de wereld op 64.000 met samen zowat 866.000 filialen waarin 53 miljoen mensen werken. Vroeger waren dochterbedrijven in grote mate het evenbeeld van het moederbedrijf en bedienden ze hun regionale markt. Vandaag zijn multinationals veeleer geëvolueerd tot complexe productieketens waarbij de filialen zich specialiseren in één of meer schakels daarvan. Dat productieproces raakt steeds meer en steeds sneller gefragmenteerd in een onophoudelijke zoektocht naar waar het kostenplaatje meest voordelig is. Zo komt het dat één derde van de wereldhandel zich afspeelt tussen vestigingen van multinationals. Zulke geïntegreerde netwerken verhogen sterk hun flexibiliteit. Maar de keerzijde is dat het voortbestaan van filialen veel onzekerder is en dat werknemers veel minder zeker zijn van hun job. Nog altijd hebben de meeste multinationals hun hoofdkwartier in de traditionele economische kerngebieden. Van de 500 grootste multinationale ondernemingen telde de Europese Unie er 163 in 2007, de Verenigde Staten 162 en Japan 67. Intussen zijn we al langer gewoon aan Zuid-Koreaanse multinationals, nu met 14 in de lijst. Sinds het Chinese bedrijf de personal computer afdeling van IBM heeft overgenomen in 2005 en de Indiër Lakshmi Mittal wereldwijd overduidelijk de staalproductie domineert, groeit het besef dat we snel zullen wennen aan multinationals uit andere opkomende industrielanden. China heeft al 25 bedrijven onder de 500 grootste, India 6 en Brazilië 5. Op basis van de omzet behaalde Wal-Mart in 2007 de eerste plaats, op de voet gevolgd door Exxon Mobil. Dan komen de andere oliefirma’s Shell en BP en op plaatsen vijf en zes vinden we de autobedrijven General Motors en Toyota. Verder vinden we bij de eerste tien DaimlerChrysler, ConocoPhilips en Total. Nu de bedrijfswereld zich steeds meer op mondiaal vlak organiseert, staan vakbonden voor de opgave om ook internationaal voor tegenwicht te zorgen. Zo is binnen Europa het alternatief van de Europese Ondernemingsraad gegroeid en mondiaal zijn de jongste jaren heel wat internationale kaderovereenkomsten gesloten.
Schrijf je in op de PALA nieuwsbrief
Eeuwenlang is China goed voor ongeveer een klein kwart van de wereldbevolking en van de mondiale welvaart. De 19e en de 20ste eeuw tonen een opmerkelijke terugval. Door de snelle groei van de jongste decennia evolueert China naar zijn vertrouwde dimensie.
Betaald werk is op onze wereld nog altijd de belangrijkste wijze om aan een inkomen te raken. Zowat overal is het werken geblazen om te kunnen leven.Let wel, werk of arbeid is lang niet alleen contractuele loonarbeid voor een werkgever.
Om een te grote opwarming van de Aarde te vermijden, moeten we dringend minder broeikasgassen uitstoten. Want dreigende klimaatverandering door een verhoogd broeikaseffect is een topzwaar ecologisch deficit van de huidige globalisering. In het Kyoto-protocol leggen de industrielanden vast dat er iets moet worden gedaan. Tegen 2012 willen ze de uitstoot van broeikasgassen verminderen met 5,2 procent tegenover de uitstoot in 1990. Op 16 februari 2005 treedt het protocol eindelijk in werking.
In een wereld vol noden is vanzelfsprekend veel welvaart nodig. Eigenlijk fungeert de economie vooral als een grote draaischijf tussen onze economische mogelijkheden aan de ene kant en onze behoeften en ambities aan de andere kant. Om die behoeften en ambities te stillen is de economie en de economische productie hard nodig.
Armoede is in de eerste plaats een gevolg van een gebrek aan inkomen. En dat gebrek is geen natuurramp. Mensen of samenlevingen zijn arm en verdienen te weinig omdat ze niet over de middelen en mogelijkheden beschikken om welvaart te creëren, of omdat de gecreëerde welvaart onvoldoende verdeeld geraakt. En soms hebben ze de pech dat het allebei waar is, dat de weinige welvaart terecht komt bij maar heel weinig mensen. Die ongelijke inkomensverdeling heeft alles te maken met ongelijke machtsverdeling. Om meer inkomen te verwerven en dus armoede te bestrijden is het nodig dat mensen meer te zeggen krijgen, dat ze meer politieke en economische macht verwerven dus. In die strijd speelden en spelen sociale bewegingen, vooral de werknemersbewegingen, een cruciale rol. Het belang van behoorlijk vergoed werk om fatsoenlijk te kunnen leven kan bijna onmogelijk overschat worden. Vandaar dat ook het realiseren van dit recht op werk nooit teveel kan worden beklemtoond.
Eeuwenlang is China goed voor ongeveer een klein kwart van de wereldbevolking en van de mondiale welvaart. De 19e en de 20ste eeuw tonen een opmerkelijke terugval. Door de snelle groei van de jongste decennia evolueert China naar zijn vertrouwde dimensie.
Armoede is in de eerste plaats een gevolg van een gebrek aan inkomen. En dat gebrek is geen natuurramp. Mensen of samenlevingen zijn arm en verdienen te weinig omdat ze niet over de middelen en mogelijkheden beschikken om welvaart te creëren, of omdat de gecreëerde welvaart onvoldoende verdeeld geraakt. En soms hebben ze de pech dat het allebei waar is, dat de weinige welvaart terecht komt bij maar heel weinig mensen. Die ongelijke inkomensverdeling heeft alles te maken met ongelijke machtsverdeling. Om meer inkomen te verwerven en dus armoede te bestrijden is het nodig dat mensen meer te zeggen krijgen, dat ze meer politieke en economische macht verwerven dus. In die strijd speelden en spelen sociale bewegingen, vooral de werknemersbewegingen, een cruciale rol. Het belang van behoorlijk vergoed werk om fatsoenlijk te kunnen leven kan bijna onmogelijk overschat worden. Vandaar dat ook het realiseren van dit recht op werk nooit teveel kan worden beklemtoond.
Uiterst ambigu en onbevredigend stapelbegrip, net als het begrip ontwikkeling zelf, wil zowat alles omvatten en zegt eigenlijk niets. Die onduidelijkheid verbergt dat het feitelijk om een light versie gaat van onze huidige economie die hier en daar wat bijschaving nodig zou hebben. Terwijl echte duurzaamheid drastische en structurele veranderingen impliceert, ja zelfs het ontwikkelen van een heel andere economie.
Armoede is in de eerste plaats een gevolg van een gebrek aan inkomen. En dat gebrek is geen natuurramp. Mensen of samenlevingen zijn arm en verdienen te weinig omdat ze niet over de middelen en mogelijkheden beschikken om welvaart te creëren, of omdat de gecreëerde welvaart onvoldoende verdeeld geraakt. En soms hebben ze de pech dat het allebei waar is, dat de weinige welvaart terecht komt bij maar heel weinig mensen. Die ongelijke inkomensverdeling heeft alles te maken met ongelijke machtsverdeling. Om meer inkomen te verwerven en dus armoede te bestrijden is het nodig dat mensen meer te zeggen krijgen, dat ze meer politieke en economische macht verwerven dus. In die strijd speelden en spelen sociale bewegingen, vooral de werknemersbewegingen, een cruciale rol. Het belang van behoorlijk vergoed werk om fatsoenlijk te kunnen leven kan bijna onmogelijk overschat worden. Vandaar dat ook het realiseren van dit recht op werk nooit teveel kan worden beklemtoond.
Het natuurlijk broeikaseffect zorgt ervoor dat het op Aarde lekker warm is met gemiddeld 15°C. Maar te veel CO2 en andere broeikasgassen in de atmosfeer versterken dat broeikaseffect en vele wetenschappers waarschuwen voor de door de mens veroorzaakte extra opwarming en klimaatverandering. Ze wijzen op de gevaren van o.a. een stijgende zeespiegel, toenemend natuurgeweld en (te) snel opschuivende klimaatzones. Vind meer uitleg en een overzicht van belangrijke Pala artikels over klimaatverandering met links naar bronnen