Home

President Obama's veiligheidsbeleid tegenover Afrika: meer van hetzelfde militaire discours, vindt Daniel Volman

Op 20 januari was het precies één jaar geleden dat Barack Obama de historische eed aflegde als eerste zwarte president van de Verenigde Staten. Het is dan ook niet te verwonderen dat nogal wat commentatoren die gelegenheid aangrijpen om kritisch terug te blikken op zijn eerste jaar in het Witte Huis. Zoals te verwachten was, overheerst ontgoocheling omdat de hooggespannen verwachtingen over ‘verandering' niet werden ingelost. Zeker niet wat het veiligheidsbeleid betreft.

Daniel Volman, directeur van het African Security Research Project, een kritische denktank uit Washington, vindt het bijzonder jammer dat Obama niet heeft gebroken met het Afrikabeleid van zijn voorgangers Bill Clinton en George W. Bush. De regering-Obama blijft het armste continent in de eerste plaats benaderen vanuit de wereldwijde strijd tegen het terrorisme, waarin enkele Afrikaanse landen een ‘speerpuntfunctie' zouden hebben en de fundamentele strategische (olie)belangen van de VS. Zijn regering steunt daarbij vooral op de Amerikaanse militaire overmacht, niet op het verhoopte partnerschap voor duurzame ontwikkeling.

Velen in Afrika hadden gehoopt dat met een zwarte president in het Witte Huis een reële kans bestond op een ander beleid. Zijn toespraken bij zijn bezoek aan Ghana in juli vorig jaar hadden nog hoop gewekt, maar daar blijft nog weinig van over. Het volstaat om het budget van het State Department (ministerie van Buitenlandse Zaken) voor 2010 te bekijken: er is een forse verhoging voorzien in de wapenverkoop en militaire trainingsprogramma's voor diverse Afrikaanse landen. Vele van deze programma's passen in de strijd tegen de terreur die na de aanslagen van 11 september door Bush werden opgezet. Het ministerie van Defensie vraagt voor 2010 278 miljoen dollar voor het omstreden Africa Command (AFRICOM) en het Trans-Sahara Counter-Terrorism Partnership te financieren. Daarbovenop komt nog extra geld voor militaire operaties in de Hoorn van Afrika en 300 miljoen dollar om de strategische Amerikaanse legerbasis in Djibouti verder uit te bouwen. Nooit eerder zal de VS zoveel geld aan militaire samenwerking met Afrika uitgeven als onder Obama.

Toen minister van Buitenlandse Zaken Hilary Clinton in augustus op bezoek was in Nigeria beloofde ze haar lokale ambtgenoot uitgebreide VS-steun om de veiligheid in de olierijke Nigerdelta te ‘optimaliseren'. Dat betekent in de eerste plaats militaire steun. Zij loofde de goede samenwerking tussen beide strijdkrachten. Over mensenrechtenschendingen door de Nigeriaanse veiligheidsdiensten in de delta repte ze met geen woord.

In Somalië gaat de militaire steun van de regering-Obama voluit naar de Transitional Federal Government (TFG), een zwakke regering die alleen op papier het door oorlog verscheurde land controleert, maar wel de strijd zou moeten aangaan tegen het met Al-Qaeda verbonden islamitische verzet. Geen inspanning is te veel om Afrikaanse regeringen die bereid zijn troepen te leveren voor Somalië met wapentuig en trainingen te ondersteunen. Burundi en Oeganda kregen al het expliciete verzoek van Obama om extra wapens en munitie te leveren in Somalië. Beide landen zouden later ruimschoots compensaties van de VS mogen verwachten voor hun inspanningen in de strijd tegen de terreur. Van de recente wapenleveringen aan de regering is al een ruim deel via de bloeiende zwarte markt in Mogadishu in handen gekomen van het Al-Shabaab-verzet.

In oktober werd een nieuw veiligheidssamenwerkingsakkoord getekend met het West-Afrikaanse Mali. Het voorziet zowel in wapenleveringen als speciale trainingen in terreurbestrijding. Ook met Algerije en Mauritanië werden dergelijke akkoorden gesloten om de Sahara beter onder controle te houden.

Voor Volman is het ondertussen duidelijk dat Obama gekozen heeft - al dan niet uit eigen overtuiging - om geen breuk te veroorzaken in het op militaire kracht gebaseerde Afrikabeleid van zijn voorganger. Vooral de strategische oliebelangen van de VS wegen hierin zwaar door. Nochtans zou duurzame economische ontwikkeling op lange termijn veel meer kunnen bijdragen tot de veiligheid van de hele planeet.

Jan Van Criekinge

Klik voor het volledige opiniestuk van Daniel Volman, directeur van het African Security Research Project (Washington DC) - zie Pambazuka News

Over de militaire samenwerkingsakkoorden met Mali, klik voor het artikel op onze website uit PALA 84 van 10 november 2009

Lees ook

VOORDEELAANBOD - 15 i.p.v. 27 EURO - Het mondiale uitzendkantoor. Waardig werk in tijden van globalisering en crisis - boek+dvd

Fruitplukster, fabrieksarbeider, gezondheidswerker, websitebouwster of postbode, we moeten (bijna) allemaal werken om te leven, niet evident. De globalisering van de economie maakte vele landen rijker, tegelijk groeide de inkomensongelijkheid in de meeste landen. Bedrijven jagen op de goedkoopste en minst beschermde arbeid. Mee door internet besteden ze als nooit tevoren het werk uit in hun mondiale uitzendkantoor. Zo zakt bijna overal het aandeel van de lonen in de welvaart. Dat kan beter? In sommige landen verbetert de positie van werknemers. En de aanpak van milieuproblemen is overal één grote schreeuw om werk. We moeten een economie bouwen die én sociaal is én ecologisch én democratisch.