Home

Vragen bij partnership Unilever en Wereldvoedselprogramma in Pakistan

Het Wereldvoedselprogramma (WFP) van de Verenigde Naties werkt niet alleen nauw samen met VN-lidstaten, maar ook met grote multinationale bedrijven. Sinds 2007 heeft ook de Brits-Nederlandse voedsel- en zeepgigant Unilever een ‘global partnership' afgesloten met het WFP onder de naam ‘Together for Child Vitality'. Unilever-werknemers zouden een deel van hun loon afstaan aan WFP-programma's om de honger te bestrijden bij schoolkinderen in Pakistan. Tot zover een mooi verhaal dat perfect past binnen de ‘corporate social responsibility' waarmee grote bedrijven graag uitpakken.

Maar wat blijkt op het terrein in Pakistan? IUF, de internationale vakbondskoepel van de voedingsindustrie, waarbij ook vakbonden van Unilever-vestigingen in Pakistan zijn aangesloten, onthult de andere kant van de medaille. Volgens de website van Unilever telde de groep in april 2007 vijf eigen vestigingen en zeven onderaannemingen in Pakistan met in totaal ongeveer 1500 werknemers op de loonlijst. In oktober meldde de personeelsdirecteur, Haroon Waheed, van Unilever Pakistan dat de groep meer dan 8000 werknemers telde in vijf vestigingen over het hele land verspreid. Slechts 371 werknemers waren direct in dienst bij Unilever, al de anderen werkten voor onderaannemingen of uitzendkantoren op tijdelijke basis en met veel minder rechten dan de eigen werknemers.

In de Khanewal theefabriek bijvoorbeeld werkten maar 22 permanente arbeiders voor Unilever tegenover duizend tijdelijke werknemers. Allen deden ze hetzelfde werk, maar de lonen en arbeidsvoorwaarden van de tijdelijke krachten waren een pak slechter. Zo hadden ze geen recht op een vakbond en golden de loonakkoorden die Unilever had afgesloten niet voor hen.

In de Lipton-theefabriek van Lahore werkten tot 31 augustus 2008 132 permanente Unilever-werknemers en 450 ‘uitzendkrachten'. Maar toen besloot de directie de fabriek om te vormen tot een winkel en de productie van theezakjes verhuisde naar een nabijgelegen fabriekje waar nu iedereen werkt voor een uitzendkantoor zonder de rechten van de Unilever-werknemers. Wie niet akkoord ging met deze gang van zaken werd door de politie hardhandig uit het bedrijf gezet.

In de promotiecampagne voor het partnerschap met het WFP staat Blue Band-margarine centraal. Unilever schrijft deze margarine zelfs ‘buitengewone voedingswaarde' toe voor schoolkinderen. Wie maakt deze margarine in Pakistan? Niet Unilever zelf, maar Dalda Foods. In 2004 verkocht Unilever de margarinefabriek in Karachi aan de vroegere managers van het bedrijf die sindsdien Blue Band produceren onder licentie van Unilever. Niemand van de 600 arbeiders heeft een vast contract en een meerderheid staat zelfs niet op de loonlijst. Wie opkomt voor vakbondsrechten kan aan de deur worden gezet. Al meer dan drie maanden kamperen ontslagen arbeiders voor het bedrijf om hun rechten op te eisen. Hun kinderen lijden honger. Unilever pakt ondertussen uit met zijn steun aan het WFP-programma om de honger bij schoolkinderen te bestrijden ... (JVC)

Websites

Klik hier voor International Union of Food, Agricultural, Hotel, Restaurant, Catering, Tobacco and Allied Workers' Associations (IUF)

Klik hier voor Unilever World Food Programme Partnership

Meer over de rol van multinationals in het algemeen en Unilever in het bijzonder is te lezen in het boek Koe 80 heeft een probleem - klik hier voor info en bestellen

Landen: 

Lees ook

Coronapandemie in ASEAN en Zuidoost-Azië nog lang niet onder controle

Zuidoost-Azië ontsnapte relatief ongeschonden aan de eerste coronagolf. Recente uitbraken, bijeenkomsten in strijd met coronaregels en vaccintekorten nopen tot bezorgdheid. Al zijn er minder besmettingen en doden dan elders in de wereld, menen gezondheidsdeskundigen dat het ergste misschien nog komt en vaccins gelijkmatiger moeten worden verdeeld.