Home

5. Als we goed willen leven, moeten we onze economie leren sturen

Het communisme is dood, gelukkig maar, het was economisch een ramp, ecologisch een catastrofe en democratisch een aanfluiting van de meeste mensenrechten. Enkel sociaal scoorde het goed, zeker in de ogen van de mensen die het moesten beleven en hun werkzekerheid terecht koesterden. Maar je kan geen sociale hemel blijven bouwen op een economisch, ecologisch en democratisch kerkhof, en dus is het zogenaamde reëel bestaande socialisme verleden tijd.
Wat veel minder mensen in de gaten hebben, is dat ook het neoliberalisme al een tijdje overleden is.

In die landen waar het marktfundamentalisme echt is doorgevoerd, in bijvoorbeeld de voormalige Sovjetunie, of in Argentinië, is het uitgelopen op een fiasco. De welvaart is er in elkaar gestuikt : de industrie verdwijnt, er is geen werk, de armoede explodeert, overheden zitten zonder inkomsten en de publieke voorzieningen vallen weg. Waar het deels is ingevoerd zoals in Groot-Brittannië en de VS draaien privatiseringen van spoor, water of elektriciteit uit op falende en dure dienstverlening en op meer dan één ramp; en gezondheidszorg is lang niet meer voor iedereen weggelegd. Geloof verder zeker niet dat inderdaad succesvolle economieën zoals die van Zuid-Korea of Taiwan het resultaat zouden zijn van volledig vrije handel en vrije markt. Dat is allerminst zo, integendeel zelfs.

Maar hét grote probleem is dat die middenweg van o.a. ook onze succesvolle sociaal gecorrigeerde markteconomieën in West-Europa het moeilijk krijgt, o.a. door de globalisering die maakt dat de economieën van de hele wereld meer verweven raken. Het geheim van dat succes was dat we de vrije markt gebruikten als een nuttig instrument om welvaart voort te brengen. Die maakte van ons veelal rijke mensen en we waren ook zo verstandig om er onze welvaartstaten mee uit te bouwen. We deden dat niet op basis van de theorieën van economische profeten maar zeer pragmatisch, we keken wat wel werkte en wat niet.
De huidige globalisering maakt echter dat we te maken krijgen met een economie die niet meer in dienst van de mens staat. Dit kan slogantaal lijken maar wie globaal naar de wereld kijkt, ziet dat de werkloosheid groeit en onze inkomens onder druk komen, die ziet dat de welvaart steeds ongelijker verdeeld raakt - zelfs dat deze economie armoede en honger produceert -; die ziet dat de ecologische ravages onvoorstelbaar groot zijn; die ziet dat de besluitvorming over dit alles heel ondemocratisch gebeurt door vooral grote multinationale bedrijven, enkele grote landen, instellingen zoals IMF, Wereldbank en Wereldhandelsorganisatie en misschien bovenal, volledig losgelaten financiële markten; en die ziet dat de talen, culturen en levenswijzen van vele gemeenschappen in de verdrukking komen. Met andere woorden: deze economie werkt in het voordeel van zowat 1 van de 6 miljard mensen die het – voorlopig - goed hebben. Maar aan de andere kant zijn we overal geconfronteerd met groeiende onaanvaardbare sociale, ecologische, politieke en culturele deficits.

Welke koers dan varen?

Onze zoektocht naar alternatieven om deze deficits grondig aan te pakken wordt zwaar gehypothekeerd door enkele waanideeën die hardnekkig blijven rondwaren : het blinde geloof in de vrije markt die vanzelf voor de productie en verdeling van de nodige welvaart voor iedereen zou zorgen; de heilige koe dat er nooit genoeg kan geprivatiseerd worden, tot water toe, tot zelfs de privé eigendom van stukjes plant, dier of menselijk leven; de ondemocratische aberratie, de abdicatie zelfs dat de samenleving en de politiek – wij dus, de mensen – volledig moeten wijken voor de markt want deregulering blijft de klok slaan.
Hoe waardevol ze ook kan zijn, zo is economie geen wetenschap maar een geloof. Want er is geen manier om de geldigheid te controleren van vele beweringen van economen. Ze vragen ons te geloven in de almacht van de markt of in de waarde van groeiende BNP-cijfers, een zeer slechte meetlat van onze welvaart.

Laten we de economie gunnen wat ze echt is, zij is de draaischijf voor onze behoeften en onze ambities. Het komt er dan op aan de middelen zo goed mogelijk te gebruiken. We moeten namelijk kiezen : wat produceren we - welke goederen en diensten? hoe doen we dat - wat ook het ecologische vraagstuk vervat? en voor wie - waarin het verdelingsvraagstuk te herkennen is?
Daarbij is de vrije markt met haar privé-bedrijven een belangrijk maar slechts één instrument. Daarnaast moet er ruimte zijn voor coöperaties, niet op winst gerichte organisaties – denk aan mutualiteiten of scholen -, publieke bedrijven, individuen, gezinnen en andere samenlevings- en gemeenschapsvormen, én overheden.
Want we zijn bijna vergeten dat die economie een immense, bijna dierlijke kracht herbergt, maar dat samenleving en politiek dit dier moeten berijden en er de teugels stevig van vastnemen. Het was de econoom Keynes die ons dat leerde, na de vrijwel wereldwijde economische crash van de jaren dertig van vorige eeuw die uitmondde in het verdwijnen van bijna alle democratieën en een wereldoorlog met ruim vijftig miljoen doden, een duur betaalde les.
En dus moeten we – opnieuw – klare spelregels opleggen aan de economie, sociale regels zoals minimuminkomens en vakbondsvrijheid, regels van ecologische duurzaamheid en democratische regels zoals toegang tot essentiële bedrijfsinformatie voor werknemers.
En dus moeten we – opnieuw – actieve en efficiënte overheden weten te waarderen die zorgen voor belangrijke publieke goederen zoals onderwijs, gezondheidszorg, veiligheid, eigendomsrecht, inkomensherverdeling, allerlei infrastructuur.
We moeten – en vooral dat is nieuw vandaag - onze economieën leren sturen in dienst van mens en samenleving, de economie herontdekken als middel om onze maatschappelijke doelen te realiseren, zinvol werk voor iedereen, een duurzame economie, een betere verdeling van het wereldinkomen zodat iedereen menswaardig kan leven.
Niets beter om de kracht van sturing te illustreren dan de beslissing van de Verenigde Staten in het begin van de jaren zestig om vóór het einde van dat decennium een mens op de maan te krijgen. Dat leek ondoenbaar. Toch lukte het die race naar de maan te winnen omdat de overheid de nodige middelen, de technologie en het bedrijfsleven in die richting ‘stuurde’.
Zo moet het dus, democratische overheden nemen plaats in de cockpit van onze economie om te sturen in de richting van een duurzame, sociale en democratische wereld. Anders drijven we daar steeds verder van weg.

Voor wie ik nog niet kon overtuigen is er nog een extra argument. Altijd al heeft één maatschappelijk fenomeen voorrang gekregen op de economie, dat is de oorlog. Wel, we zijn vandaag in oorlog, tegen de moordende inkomensongelijkheid, tegen de ecologische verloedering en tegen de ontkenning van democratie en mensenrechten. Om die oorlog te winnen eisen we de economie op.

 

Dirk Barrez, journalist en auteur, 26 augustus 2003

 

Reageren en meedenken kan op ons forum, onder het discussiethema  Economie, draaischijf voor onze behoeften en ambities – we moeten onze economie leren sturen –  Zorg voor korte, doordachte bijdragen, zo komen we samen verder.

Overname van de brief door niet-commerciële initiatieven of verenigingen mag, mét volgende bronvermelding: Dirk Barrez, PALA nieuwsbrief over onze globaliserende wereld, voor gratis abonneren en forum surf naar www.globalsociety.be. Wij vernemen dat graag met een mail naar info@globalsociety.be

Voor wie nog meer discussiestof wil, surf naar het boek op deze site en lees deel 5 ‘Economie, draaischijf voor onze behoeften en ambities’

Deze opinie verscheen in De Standaard op 26 augustus 2003