Home

Van eiland tot wereld - deel 6 | §31 Veiligheid

UIt het boek Van eiland tot wereld p.181-184
voor info en kopen - klik hier 

Deel 6 - Overheid, samenleving en publieke goederen

‘Nieuws heet van de naald. De Indiase hoofdstad New Delhi is getroffen door een immense explosie die een ontzettend grote wolk boven de stad vormt. Het centrum van de stad zou vrijwel volledig van de kaart zijn verdwenen. Er moeten minstens duizenden doden en gewonden zijn. Zeker is het niet, maar het lijkt waarschijnlijk dat er voor het eerst een zogenaamde vuile bom tot ontploffing is gebracht. Zo’n bom bevat zowel radioactief materiaal als conventionele explosieven.’

§31. Veiligheid (zie onderaan voor samenvattend programmapunt)

De schok gaat ook door Pala. Vooral de Indiase afgevaardigden willen uiteraard weten wat er aan de hand is, en meer nog of familie en bekenden in goede gezondheid vertoeven.

De zitting over veiligheid begint dan ook in mineur:

‘Het publieke goed bij uitstek is de bescherming van de lichamelijke integriteit van elke mens, veiligheid dus. Als er al één goede zaak is aan staten, dan is het dat zij de veiligheid van hun burgers trachten te waarborgen. In de straten van stad of dorp mag geen geweld regeren. Wapens mogen er niet aanwezig zijn, tenzij in handen van een legitieme overheid. Veel minder goed is dat die staten in het verleden ten oorlog zijn getrokken en dat nog altijd doen. De wereld heeft wel wat vooruitgang geboekt op het vlak van gezamenlijke vredeshandhaving. De eerste opdracht van de Verenigde Naties is het handhaven van de internationale vrede en veiligheid, een taak die in hoofdzaak berust bij de Veiligheidsraad. Jammer genoeg blijft de gesel van oorlog en geweld ons teisteren.’

De inleiding valt niet overal in goede aarde.

‘Ik heb u niet horen opmerken dat binnen onze Veiligheidsraad de permanente leden heel wat “gelijker” zijn dan de andere VN-leden. Vooral stel ik vast dat sommigen van hen nog altijd vrij makkelijk de wapens laten spreken. Eén land eist zelfs − als enige – zonder meer het recht op om preventieve oorlogen te voeren. We blijven geplaagd met imperialisme allerhande.’

_____________________

‘Eén land eist zelfs − als enige – zonder meer het recht op

om preventieve oorlogen te voeren.’

_____________________

‘Voorzitter, u fietst ook wel vlug over de vermeende veiligheid binnen staten heen. Het meest schrijnend en verontrustend vind ik de groeiende onmacht van staten om hun geweldmonopolie te behouden en hun burgers veiligheid te garanderen. De feiten spreken voor zich. In een dertigtal landen voeren mensen zowat vijfendertig oorlogen. Het zijn allemaal burgeroorlogen, met uitzondering van de zoveelste interventieoorlog in het Midden-Oosten. En waarom “slechts” vijfendertig? De afspraak is dat we maar van oorlog spreken zodra er duizend doden zijn geteld in een conflict. De realiteit is jammer genoeg dat nog veel meer landen getroffen worden door geweld, gewapende conflicten, vervolgingen, zware schendingen van mensenrechten, miskenning en discriminatie van grote bevolkingsgroepen, banditisme en terrorisme. En vergeet vooral ook niet het structurele geweld van honger, armoede, vermijdbare ziekten en analfabetisme. Er zijn toch wel andere manieren dan geweldgebruik om met conflicten om te gaan? Of om te reageren op structureel geweld?’

De voorzitter slaakt een voor iedereen hoorbare zucht en kijkt ietwat hulpeloos de zaal rond. Zo lang nadenken en discussiëren over een betere wereld kruipt in de kleren.

Bij de anderen is het enthousiasme springlevend, en door de ervaring van tientallen vergaderingen kunnen ze het ook zonder een ‘afwezige’ voorzitter. Karl, lid van Angriff en van de Internationale van Oorlogstegenstanders, steekt als eerste van wal:

‘In heel wat landen heeft de democratie wortel kunnen schieten. Dat is de beste vorm van geweldloze conflictoplossing die de wereld tot nu toe heeft uitgewerkt. Die democratie is er trouwens niet vanzelf gekomen. Soms is er geweld voor gebruikt. Maar in veel gevallen is ze afgedwongen via de geweldloze weg, met betogingen, stakingen, boycots, marsen en andere actiemiddelen. Ze is er gekomen onder druk van sterke sociale en politieke bewegingen waarvan de leiders dikwijls vergeten zijn geraakt.’

_____________________

Er zijn toch andere manieren dan geweldgebruik

om met conflicten om te gaan

_____________________

Er komt bijval uit een andere hoek van de zaal, van Sunita:

‘Soms is dat anders, en raken namen gegrift in het collectieve geheugen van de mensen. En de eerste naam die in mijn geheugen een blijvende plaats vond voor zijn actieve geweldloosheid is Martin Luther King. Deels was dat omdat ik de moord op hem als kind sterk beleefde. Fundamenteel was het omdat hij opkwam voor wat voor mij vanzelfsprekend leek – dat alle burgers in een land gelijke rechten zouden genieten – omdat hij daarbij principieel koos voor geweldloosheid, omdat hij doeltreffende acties opzette en hij daarmee succes boekte. Al vlug hoorde Martin Luther King voor mij thuis in een rijtje met Mahatma Gandhi en Nelson Mandela. Gandhi verzette zich tegen onrecht met marsen, ongehoorzaamheidsacties en hongerstakingen en speelde een grote rol in de onafhankelijkheid van India. Ook hij is vermoord, door een extremistische hindoe. Mandela wilde op geweldloze wijze de Zuid-Afrikaanse apartheid overwinnen. Door de gewelddadigheid van het regime meende hij uiteindelijk geen andere uitweg meer te zien dan gewapend verzet. Zevenentwintig jaar lang belandde hij in de gevangenis om na zijn vrijlating bij te dragen tot de geweldloze omvorming in een democratisch Zuid-Afrika.’

‘Mij valt op dat actieve geweldloosheid zowel successen kan halen in democratieën als in minder democratische omstandigheden, zelfs op plaatsen waar democratie onbestaande is. King werd geconfronteerd met een “democratie” waarin de zwarten minder of niet meetelden, Gandhi vond tegenover zich een koloniale mogendheid en Mandela nam het op tegen het autoritaire en gewelddadige apartheidsregime. Er zijn meer voorbeelden. Of zijn we al vergeten dat de voormalige communistische regimes in Oost-Europa en de Sovjet-Unie weggespoeld zijn in geweldloze revoluties? Herinneren we ons nog dat in heel de wereld militaire regimes en dictaturen verdwenen zijn, meestal onder de geweldloze druk van de straat en van democratiseringsbewegingen allerhande? Dat gebeurde de voorbije decennia in vele landen op alle continenten. Natuurlijk is het zo dat daar niet overal volwaardige democratieën bloeien, dat banditisme en miskenning van mensenrechten niet meteen verdwijnen, dat corruptie dikwijls nog welig tiert en dat hun economieën uitverkocht worden. Maar dat zijn geen redenen om zo weinig aandacht te besteden aan geweldloze veranderingen en het is een grove miskenning van hun belang.’

‘Ironisch genoeg zien we de beeltenis van Che Guevara veel meer’, weet Eloir. ‘Massaal duikt hij op in vreedzame manifestaties, hoewel hij geen aanhanger was van geweldloosheid. Hij wilde een betere samenleving realiseren via de gewapende revolutie, vooral in Latijns-Amerika. Dat mislukte. Hij werd gevangengenomen in Bolivia en vermoord. In de volgende decennia sneuvelden nog vele duizenden revolutionairen. Hun leuze was “de revolutie of de dood”. Het werd de dood. En de samenlevingen die ze achterlieten, vielen meer dan ooit ten prooi aan dictatuur, onrechtvaardigheid en miskenning van de mensenrechten. Wie de geschiedenis overloopt van sociale verbeteringen en democratisering, van emancipatie en afdwinging van fundamentele rechten, zal een balans vinden die sterk overhelt in het voordeel van de actieve geweldloosheid. En dus valt het te hopen dat we liever morgen dan overmorgen geweldloze bewegingen zien groeien die echte vrede afdwingen voor de mensen in Palestina en Israël, in Baskenland, in Colombia, in de Kaukasus, in Soedan, Congo, Ivoorkust en andere Afrikaanse landen, in Pakistan, India, Indonesië, Afghanistan, Irak en andere landen in Azië.’

(...)

Dirk Barrez

UIt het boek Van eiland tot werel. Appèl voor een menselijke samenleving p.181-184
voor info en kopen - klik hier

$31 Veiligheid - samenvattend programmapunt uit Programma voor een Menselijke samenleving p.191-192

In nationale staten behoort het geweldmonopolie toe aan de overheid, die er heel terughoudend, streng gereglementeerd en democratisch gecontroleerd moet mee omspringen. Net zo komt het internationale geweldmonopolie toe aan de mondiale en regionale overheden.

Een permanente en democratisch gecontroleerde supranationale VN-politiemacht verzekert samen met regionale politiemachten de veiligheid in de wereld, ook in landen die ten prooi vallen aan burgeroorlog of zwaar oncontroleerbaar geweld.

Massavernietigingswapens hebben geen bestaansrecht en worden vernietigd.

De ontwikkeling en productie van wapens zijn een overheidsmonopolie.

De handel en het bezit van wapens zijn zo veel mogelijk beperkt, sterk gereglementeerd en streng gecontroleerd. In elk geval is het privébezit van vuurwapens en oorlogswapens verboden.

Een permanente internationale strafrechtbank beoordeelt oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid.

Het structurele geweld van honger, armoede, vermijdbare ziekten en analfabetisme dat vaak voorafgaat aan fysiek geweld moet gekeerd door een herverdeling van de mondiale welvaart.

 

Regio's: 

Lees ook