Home

32. Onderwijs is geen koopwaar

Een mens moet kunnen drinken en gezond eten. Als het wat minder loopt, is goede gezondheidszorg mooi meegenomen. En voedsel voor de geest halen we in grote mate in de scholen.
We zijn de voorbije eeuw in onze welvaartstaten zo verstandig geweest om er vanuit overheden sterk op toe te zien dat de toegang tot de basisbehoeften water, voedsel, gezondheid en onderwijs voor (bijna) iedereen gegarandeerd is. We laten plaats aan privé actoren, heel zeker, maar overheid en samenleving bepalen wel (in grote mate) de spelregels. En in ons onderwijs zijn op winst gerichte privé actoren zelfs vrijwel helemaal afwezig. Alles kan altijd beter, maar de resultaten mogen er zijn. Onze gezondheidszorg en ons onderwijs behoren tot de beste ter wereld en ze zijn een hooggewaardeerd publiek goed. Wie het anders wil aanpakken, moet er zeker van zijn dat het om een verbetering gaat.

Maar wat brengt de toekomst? Blijft onderwijs uit de al te grijpgrage handen van de markt? Hoe groot is het gevaar dat ons onderwijs koopwaar wordt? Moeten we vrezen dat de akkoorden over internationale handel in diensten - de veelbesproken GATS - die onze overheden nastreven binnen de Wereldhandelsorganisatie of WTO ons onderwijs onbeschermd de markt zullen in sleuren?
Officieel is er niets aan de hand, want Europa biedt geen liberalisering aan van onderwijs, evenmin van gezondheid of audiovisuele sector.

Dat antwoord voldoet echter niet.
Er is in elk geval een groeiende internationalisering van het onderwijs, en dat is vooral een positieve evolutie. Maar daarmee is ook de vraag meer en meer gesteld of GATS van toepassing is. Want GATS maakt alleen een uitzondering voor diensten die tegelijkertijd niet op een commerciële basis worden geleverd én waar er concurrentie is tussen verscheidene aanbieders. Wie door die bril ons onderwijs bekijkt, merkt dat het wél onder GATS valt.
Er is ook sluipende commercialisering van het onderwijs, deels door de internationalisering. Onderwijsinstellingen beginnen (noodgedwongen) met commerciële activiteiten, zoeken privé financiering of sponsoring voor onderzoek en er ontstaan privé bedrijven die zich gretig werpen op een markt met wereldwijd één miljard leerlingen, 50 miljoen leraren en honderdduizenden scholen. En daarmee geraakt ons onderwijs langzaam in de ban van het marktdenken. Zo vergroot het risico dat men de regeling van wat dan een ‘onderwijsmarkt’ is, aan de WTO en GATS denkt te moeten toevertrouwen.
Er zijn inderdaad kenmerken van een markt, en het laten spelen van marktmechanismen kan helpen om goed onderwijs te stimuleren, maar onderwijs is in essentie geen markt. Het gaat om de ambitie van onze samenlevingen om via scholing en educatie er voor te zorgen dat we ons allemaal individueel kunnen vervolmaken, ons voor te bereiden om onze verantwoordelijkheid als burger van de samenleving op te nemen en ja, ons ook de kwaliteiten bij te brengen om onze plaats in de economie op te nemen. Onderwijs is in de eerste plaats een publiek en een cultureel goed, en deels een economisch goed.

Waarom praten we dan, ook als het over onderwijs gaat, meer en meer in markttermen en aanvaarden we dus het marktdenken? We moeten beseffen dat we daarmee onze maatschappelijke ambities in gevaar brengen. Het is immers zonneklaar dat een vermarkting van het onderwijs grote risico’s meebrengt. Zo is de democratische toegang tot onderwijs veel minder verzekerd. Economisch onrendabele richtingen lopen gevaar ondergefinancierd of zelfs afgeschaft te worden. Privé onderwijsbedrijven zullen meer en meer die ‘onderwijsmarkt’ opeisen, of althans de winstgevende ‘marktsegmenten’ ervan, terwijl we allerminst verzekerd zijn van een even grote kwaliteit als bij ons huidig onderwijs. Opvoeden tot volwaardig menszijn en kritisch burgerschap dreigen plaats te ruimen voor en éénzijdige opleiding tot economisch producent en consument.

Is dit overdreven? Misschien vandaag nog net, maar waarschuwen komt niets te vroeg. Want voor wie eenmaal gevangen raakt in de klauwen van het marktdenken en het bijhorende kluwen van de Wereldhandelsorganisatie en GATS is er geen weg terug. Zij bieden enkel éénrichtingsverkeer, steeds meer liberalisering, nooit minder, zelfs wanneer bewezen is dat die richting dood loopt, soms letterlijk. De gevolgen van die logica van ‘vrije handel en niets anders’ zijn bijvoorbeeld al te zien in vele ontwikkelingslanden, waar honderden miljoenen boeren niet langer kunnen concurreren en werkloosheid, armoede, honger, maatschappelijke ontwrichting en gedwongen migratie opduiken.

Kan het anders? Natuurlijk, we hoeven niet te aanvaarden dat de economie ongeremd buiten haar oevers treedt en haar regels ook oplegt aan culturele instellingen zoals onderwijs waar ze niet thuishoren en meer schade dan goed aanrichten. Zo veroorzaakt slechte globalisering naast sociale, ecologische en politieke deficits ook een cultureel deficit.
Niet zo lang geleden heeft de Unesco nog het voorbeeld gegeven door de conventie culturele diversiteit goed te keuren zodat bijvoorbeeld Europeanen hun eigen filmproductie mogen ondersteunen. Dat is dus zoveel als zeggen, voor cultuur tellen niet de regels van de vrijhandel en samenlevingen hebben de volledige soevereiniteit over hoe ze hun cultuurproductie organiseren.
Als er dus nood is om de internationalisering van het onderwijs te regelen, en dat zal wel zo zijn, dan is het aangewezen om dat binnen de Unesco te organiseren en WTO en GATS daar volledig buiten te laten.

 

Dirk Barrez, journalist en auteur, 8 december 2005

 

Reageren en meedenken kan op ons forum, onder het discussiethema Cultuur en globalisering  Zorg voor korte, doordachte bijdragen, zo komen we samen verder.

Overname van de brief door niet-commerciële initiatieven of verenigingen mag, mét volgende bronvermelding: Dirk Barrez, PALA nieuwsbrief over onze globaliserende wereld, voor gratis abonneren en forum surf naar www.globalsociety.be. Wij vernemen dat graag met een mail naar info@globalsociety.be

Voor wie nog meer discussiestof wil, surf naar het boek op deze site en lees vooral deel 13 'Cultuur en globalisering'

 

Thema: 

Lees ook

Ook Europa worstelt met analfabetisme - voor rest van de wereld is er goed én slecht nieuws te lezen

Dan mag de algemene alfabetiseringsgraad in ons continent met 96 procent hoog zijn, het probleem is niet weg. Zo kunnen 9 miljoen volwassenen in Centraal- en Oost-Europa lezen noch schrijven. Denk niet dat enkel minderheden zijn getroffen. Heel veel doorsnee mensen beheersen onvoldoende de vereiste basisvaardigheden. We mogen niet vergeten dat het om meer draait dan enkel het lezen van tekst. Het gaat er evengoed om informatie te kunnen gebruiken op meer dan één wijze, ook grafisch of op de computer of rekenkundig.

De gevolgen kunnen zwaar zijn. De werkloosheidsgraad in Duitsland en Slovenië is dubbel zo hoog bij wie slecht scoort op deze vaardigheden dan bij wie gemiddeld of goed scoort.