Home

De cruciale rol van overheden voor een welvarende toekomst

Om de steeds heviger woedende crises grondig aan te pakken, moeten zowel samenlevingen, bedrijven als overheden indringend initiatief ontplooien. Doorslaggevend voor het lukken van de onmisbare transities zal het slimme optreden zijn van overheden.

Dit artikel is gebaseerd op het Pala boek
Transitie. Onze welvaart van morgen p.113-116

Nooit zonder de overheid

Het is tijd om de rol van overheden in beeld te krijgen, ook in relatie met zowel de samenleving als het bedrijfsleven.

Samenleving en overheid kunnen elkaar niet ontlopen

We leerden al dat overheid en samenleving elkaar niet kunnen ontlopen wanneer die laatste druk uitoefent om de economie te corrigeren en ze socialer, democratischer of ecologischer te maken. Correcties en zeker grote aanpassingen, veranderingen en hervormingen worden dikwijls maar echt systemisch wanneer de staat ze omzet in wetten en normen, als ze dus worden vastgelegd in afdwingbare regels. Zo is het zeker gegaan met bijvoorbeeld de arbeidswetgeving, de sociale zekerheid en het algemeen stemrecht. Die moesten antwoorden bieden op het sociale falen van de industriële revolutie en hebben mee geleid tot tientallen welvarende samenlevingen.

Ook wanneer de samenleving erin slaagt om zelf duurzame economische alternatieven vorm te geven, te verspreiden of op te schalen, is een actieve overheid heel nuttig en gewenst. Hoe anders zou de wereld er nu al uitzien indien overheden prioriteit zouden geven aan hernieuwbare energie in handen van de burgers, of aan performante coöperatieve deelplatformen, of aan open software?

Overheden kunnen en moeten de beste duurzame maatschappelijke initiatieven volop bevorderen en zelfs bevoordelen, met wetgeving, via de fiscaliteit, met milieuregels, met een sociaal beleid en een economische stimuleringspolitiek, met een wetenschaps-, onderwijs- en cultuurbeleid. Zeker is dat overheden een dergelijke transitiepolitiek maar zullen voeren in de mate dat de samenlevingen hen daarvan weten te overtuigen of hen daartoe weten te dwingen.

Naast regelgever en steungever is de overheid ook broodnodig als arbiter. We moeten immers niet al te naïef zijn over de samenleving. Niet alles wat daar broeit, is even mooi of gewenst. Ook in transitie-initiatieven kan de mens een wolf zijn voor de anderen, kunnen discriminatie, uitsluiting, monopolievorming, conflicten en onterechte zelfverrijking zich voordoen. Altijd blijft er die nood van de samenleving aan een scheidsrechter. Voor die rol is de overheid onmisbaar.

Nog mooier zou het zijn indien overheden zich daarbovenop zouden profileren als de coach van zowel samenleving als bedrijfsleven in hun nastreven, zoeken en realiseren van een duurzame economie.

Overheden als trekkers van fundamentele veranderingen

Het kan nog anders. Overheden kunnen zelfs de trekkers zijn van de meest omvattende economische en sociale veranderingen. In tal van landen is de industriële revolutie doorgebroken door toedoen van de staten. Vergelijkbare landen waarvan de staten die trekkersrol niet vervulden of die evolutie zelfs wilden tegenhouden, zagen de industriële revolutie tot een eeuw lang aan zich voorbijgaan. Die verschillende overheidspolitiek verklaart bijvoorbeeld waarom er in de 19de eeuw in Europese landen (heel) veel of (heel) weinig spoorwegen werden aangelegd.

Net als voor de industriële revoluties kunnen staten ook voor transitie het verschil maken. Oostenrijk overweegt tegen 2020 de verkoop van auto’s op fossiele brandstof te verbieden. Zo zou dat land, dat in de 19de eeuw de strijd en zelfs de oorlog met Pruisen verloor wegens industriële achterstand en te weinig spoorwegcapaciteit, in de 21ste eeuw vooroplopen in de transitie naar niet-fossiele mobiliteit.

Soms moet het verboden zijn
om niet te verbieden

Er doemt een essentiële vaststelling op. De overheid is dikwijls de enige actor die kan garanderen dat een ander economisch gedrag mogelijk is en fundamenteel wordt aangemoedigd. Zonder een sterk aanbod van degelijk en betaalbaar openbaar vervoer kan daar niet voor gekozen worden. Zolang een overheid het fossiele energiesysteem, inclusief het nucleaire, bevoordeelt in plaats van benadeelt, vertraagt ze de overgang naar een duurzaam energiesysteem. Hetzelfde geldt voor het voedselsysteem, dat verstikt zit in het van overheidswege gekoesterde maar doodlopende model van de industriële landbouw.

Eigenlijk dringt zich de volgende stelregel op voor overheden. Voor al het economische gedrag dat totaal niet duurzaam is en daarenboven haalbaar anders kan, zou moeten gelden: het is verboden niet te verbieden. En de onmiddellijke keerzijde is dat de noodzakelijke duurzame alternatieven vrij baan krijgen.

Overheden moeten vooral de daad bij het woord voegen

We hoeven overheden niet onnodig zwaar te associëren met het niet zo goed in de samenleving liggende ‘verbieden’. Bedenk wat een veranderingskracht er kan uitgaan van overheden die in hun eigen praktijken vooroplopen in transitie. Ze kunnen zich als eerste met al hun administraties, besturen, (semi)overheidsbedrijven zoals de spoorwegen, de post, een telecomspeler of een grootbank, en ook de door hen (mee) gefinancierde scholen, sport- en cultuurcentra, ziekenhuizen, rusthuizen, stations, musea, enzovoort volledig toespitsen of overschakelen op energie-efficiëntie en hernieuwbare energie, op elektrische voertuigen, op duurzame voedselcatering, op eco-efficiënte gebouwen, op maximaal gebruik van fiets en openbaar vervoer, op een kringloop- en deeleconomie, op leefbaar werk met ook gedeeltelijk thuiswerk en een evenwichtige combinatie met het privéleven, op medebeheer, op gedeeld eigenaarschap,… De mogelijkheden voor overheden om het voorbeeld te geven, zijn eindeloos.

Nood aan mondiaal bestuur

Zeker in tijden van globalisering krijgen dergelijke beleidskeuzes het best versterking van internationale bovenstatelijke initiatieven en een heus mondiaal bestuur. Klimaatakkoorden en de duurzame ontwikkelingsdoelen van de Verenigde Naties vormen alvast een aarzelend begin. Al te veel optimisme is echter misplaatst. De Europese Unie slaagt er na tientallen jaren niet in om duurzame landbouw de bovenhand te laten nemen. Het internationale handelsbeleid is dikwijls in regelrechte tegenspraak met aanspraken van ecologische en sociale duurzaamheid.

Toch kan het anders. Zo raakte de wereld het al in de vorige eeuw eens om het gebruik van cfk’s, die het gevaarlijke ozongat creëren, uiteindelijk te verbieden.

Dirk Barrez
Hoofdredacteur Pala.be en auteur

Bron
Dit artikel is een uittreksel uit het Pala boek Transitie. Onze welvaart van morgen, hoofdstuk 18 p.113-116


Uw doordachte reacties zijn welkom op het emailadres infoATpala.be

Overname van dit artikel toegelaten voor niet-commerciële en niet-gesubsidieerde organisaties met vermelding van auteur en bron, met weblink. Wij vernemen het graag | Commerciële en/of gesubsidieerde organisaties nemen voor publicatie contact op met info@pala.be

Tot het einde gelezen? En het artikel gewaardeerd?
Dan kan Pala misschien op uw steun rekenen: uw gift is welkom
op rekeningnummer BE66 5230 4091 1443 van Pala vzw – Leuven.
Of we verwelkomen u graag als vaste steungever - klik hier

Een goed artikel? Interessant nieuws? Neem een gratis abonnement op de Pala nieuwsbrief (maximaal 2 maal per maand), dan hoeft u geen enkel artikel te missen. Gebruik daarvoor het inschrijvingsformulierklik hier

Regio's: 

Lees ook