Home

Joseph Kabila heeft geen zin om de Congolese vetpotten op te geven

Wat voor velen in de sterren geschreven stond, is uitgekomen. Joseph Kabila maakt niet de minste aanstalten om op te stappen als Congolese president, ook al is zijn laatste mandaat sinds 19 december 2016 afgelopen. Kabila en zijn regime zetten bruut geweld in om de verworven machtspositie en de toegang tot de Congolese rijkdommen te behouden.

Toen president Laurent-Désiré Kabila in 2001 werd vermoord, werd diens zoon Joseph op het schild gehesen en tot nieuw staatshoofd uitgeroepen. De jonge en onervaren Joseph ging eerst aan de gang met een transitieregering, de "1+4", één president met wel vier vicepresidenten. Even flakkerde de hoop op dat deze club een frisse wind zou doen waaien. Maar het duurde niet lang voor meer en meer Congolezen tot de vaststelling kwamen dat de uitkomst van de 'optelsom' gewoon 0 was. Weg was de hoop.

In 2006 kreeg Congo democratische parlements- en presidentsverkiezingen, zwaar gesponsord door de buitenlandse partners. Kabila jr. won de presidentsverkiezingen en kon zo op eigen kracht voortdoen, nu als "democratisch verkozen president". Tegen 2011 was het vertrouwen in de president bij nog meer Congolezen gekelderd, maar toch won hij opnieuw de verkiezingen in dat jaar. Weliswaar niet onder algemeen applaus. Zijn tegenstanders spraken van ernstige verkiezingsfraude, en 'historisch opposant' Etienne Tshisekedi verklaarde dat Kabila ten onrechte het presidentschap behield.

Wat er ook van zij, Joseph Kabila bleef de hoogste functie bekleden. Zo verzekerden hij, zijn familie en zijn politieke medestanders zich van de blijvende toegang tot 'de vetpotten'. Niet zonder succes. Onlangs constateerden reporters van het gespecialiseerde persagentschap Bloomberg dat de familie Kabila belangen heeft in (minstens) 70 ondernemingen, uit allerlei sectoren. Zo kan ze terugvallen op een solide familiaal fortuin. Niet slecht geboerd dus, die Joseph en zijn clan.

Schaamteloze verrijking

Het imposante fortuin is voor de modale Congolees het zoveelste bewijs dat Kabila zich schaamteloos verrijkt terwijl het merendeel van de gewone burgers in armoede leeft en dikwijls zelfs geen formele job heeft. Mooi heraangelegde grote verkeersaders in Kinshasa kunnen niet verhelen dat veel basisinfrastructuur totaal afgetakeld is, niet alleen in de hoofdstad maar overal in het land. Veel Congolezen blijven verstoken van elektriciteit of zuiver water. Het onderwijssysteem hapt zwaar naar adem, de gezondheidszorg laat veel te wensen over en van jobcreatie op grote schaal is zeker geen sprake. Het regime sloot wel deals met de Chinezen om grote infrastructuurwerken te realiseren, in ruil voor het afstaan van natuurlijke rijkdommen. Op een aantal plaatsen werden die werken ook gerealiseerd, maar fundamenteel zit het land nog altijd in het slop en zijn de leefomstandigheden van de meeste inwoners miserabel. Het is dan ook geen wonder dat veel jonge Congolezen dromen van een beter leven in Angola, Zuid-Afrika, Europa of de VS.

De katholieke bisschoppenconferentie (CENCO) tracht sinds enige tijd de diverse politieke kampen nader tot elkaar te brengen zodat ze met zijn allen een politiek compromis kunnen sluiten om de vrede te verzekeren. Tot op heden waren die inspanningen vruchteloos. Voor UDPS-leider Tshisekedi is het overduidelijk dat Kabila nu helemaal in de illegaliteit opereert en dat hij niet langer de officiële president kan zijn.

Buitenland

Sommige Congolezen hopen op een duidelijke interventie vanuit het buitenland, terwijl anderen vinden dat het Westen zich vooral niet moet moeien. De enen zuchten over de onverschilligheid van de internationale gemeenschap, de anderen waarschuwen voor neokolonialistische reflexen en beklemtonen dat de Congolezen wel hun eigen boontjes zullen doppen. Congolees nationalisme is bij sommigen ook niet uit de lucht, doorgaans bij diegenen die het huidige regime wel genegen zijn en er wel bij varen. Elke kritiek op het regime doet regeringswoordvoerder Lambert Mende uitroepen dat 'de soevereiniteit' van Congo heilig is en niet mag worden ondermijnd.

Een stap vooruit is dat de Amerikanen en de Europese Unie concrete sancties uitvaardigden tegen een aantal 'baronnen' van het Kabilaregime. Figuren van wie sommige mee verantwoordelijk zijn voor de onderdrukking van de burgerlijke vrijheden en voor zware schendingen van de mensenrechten. De sancties zullen de geviseerde 'officials' zeker geen plezier doen, alleen volstaan ze niet om de machthebbers tot andere inzichten te brengen en aanstalten te maken tot een democratische machtswissel.

Veel te laat

Kabila en Co roepen technische en andere argumenten in om uit te leggen waarom er in 2016 geen nieuwe verkiezingen konden plaatsvinden, hoewel de Grondwet dit zo voorschreef. Zij blijven erbij dat nieuwe verkiezingen pas in het voorjaar van 2018 mogelijk zijn. Veel te laat, zeggen een groot deel van de oppositie en het middenveld. Heel wat Congolezen staan te popelen om Kabila eindelijk 'bye, bye' te zeggen, in de hoop dat zijn opvolger het land een stuk beter en ernstiger zal (willen) besturen.

Velen vrezen dat het idee van 'verkiezingen in 2018' het zoveelste zoethoudertje is, en dat het regime nog vele jaren lang de teugels in handen wil houden. Een mooi vooruitzicht voor 'the powers that be', maar een bijzonder triest perspectief voor de gewone bevolking.

De VN-vredesmacht (Monusco) kan uiteraard - binnen de grenzen van haar mandaat - niet echt het verschil maken. Zij is ertoe gehouden om waar mogelijk mee vrede en veiligheid te verzekeren. Bijdragen tot een regimewissel valt natuurlijk niet onder het mandaat. En buitenlandse staten zullen niet gauw troepen sturen om Kabila een voetje te lichten, ook al zullen sommige Congolezen daar wellicht op hopen. De kreten over 'misplaatst imperialisme' zouden trouwens niet uit de lucht zijn.

Korte transitie?

Hoe moet het dan verder? Uitstekende vraag. De internationale gemeenschap en politieke krachten in Congo zouden moeten aansturen op een korte transitie, gekoppeld aan verkiezingen in 2017. Zo'n scenario zou het erg gespannen politieke klimaat kunnen ontmijnen en een enorme explosie van geweld - de mensen zijn moegetergd - voorkomen. Maar zullen die verkiezingen in 2017 er komen? Zeer twijfelachtig, te meer daar de internationale gemeenschap in wezen een tandeloos monster blijft, zie de situatie in buurlanden Burundi en Rwanda.

Zelfs bij nieuwe verkiezingen blijft het de vraag op wie de Congolezen hun hoop dan wel kunnen vestigen. Op Moïse Katumbi, de vroegere medestander van Kabila die nu tot zijn vijanden behoort? Die zit nog altijd veilig in het buitenland. Op de oude en weinig gezonde Tshisekedi, die bezwaarlijk de man kan zijn om grote veranderingen in Congo door te voeren? Op Vital Kamerhe, die momenteel minder in de kijker loopt dan enkele jaren geleden? Het blijft moeilijk.

Eén lichtpuntje: de jonge Congolezen die zich in burgerbewegingen à la Lucha en Filimbi engageren, om geweldloos te strijden voor politieke en maatschappelijke veranderingen. Zij hebben nog idealen en zijn bereid in de cel te gaan zitten om voor hun eisen op te komen. Als zij volhouden en zich niet laten inkapselen in 'het systeem', is er enige hoop voor het prachtige land met groot potentieel dat Congo ondanks alles is en blijft.

© CongoForum - Denis Bouwen

Regio's: 

Lees ook

Hoe omgaan met ons koloniaal verleden?

Eeuwfeesten zijn ideale gelegenheden om terug te blikken. Precies honderd jaar geleden werd de Belgische staat - een beetje tegen wil en dank - een koloniale mogendheid. Koning Leopold II zag zich door schandalen gedwongen het beheer van zijn reusachtige privékolonie Congo, waaraan hij goed geld had verdiend, over te dragen aan België.

Toch blijft dat Belgische koloniaal verleden ook vandaag nog zeer omstreden en grotendeels onbekend terrein voor de huidige generaties die geen directe banden meer hebben met die recente geschiedenis. In tegenstelling tot andere Europese koloniale mogendheden is het koloniaal verleden zo goed als een blinde vlek gebleven in het Belgische onderwijscurriculum. In Congo is de toestand op dat vlak nog erger.

Strijd tegen straffeloosheid als voorwaarde voor duurzame vrede in Centraal-Afrika

Officieel heerst er vrede in de regio van de Grote Meren. Congo hield vorig jaar verkiezingen na een turbulente periode van tien jaar waarbij naar schatting vier miljoen mensen omkwamen. De Burundezen hadden al een jaar eerder een moeizame overgangsperiode afgesloten met verkiezingen. En Rwanda experimenteert met het gacaca-systeem voor de berechting van duizenden genocideverdachten. Maar iedereen weet dat de vrede in de regio heel broos is. In het oosten van Congo gaat het de laatste weken veeleer de verkeerde kant uit. Kan de strijd tegen de straffeloosheid van oorlogsmisdaden een voldoende voorwaarde scheppen voor een duurzame vrede?