Home

Millenniumdoelen en duurzame ontwikkelingsdoelen

Deel 1 essay
Duurzame ontwikkeling in coronatijden

Wat met duurzame ontwikkeling nu een virus al zowat een jaar onze vertrouwde wereld volledig overhoop haalt? Jan Servaes schreef er het essay Duurzame ontwikkeling in coronatijden over. Een tekst om uw aandacht bij te houden, vandaag is dat wellicht een geschenk voor het gemoed. Dit is het eerste deel.

Nagenoeg iedereen heeft ondertussen wel eens gehoord van de Sustainable Development Goals (SDGs) of millennium (ontwikkelings)doelstellingen, die voortbouwden op de in 2000 afgesproken Millennial Development Goals (MDGs) of duurzame ontwikkelingsdoelen. De oorspronkelijke acht doelen, werden in 2015 tot 17 uitgebreid.

Het Millennium-initiatief volgde na decennia van debat over hoe naties zouden kunnen samenwerken aan langetermijnstrategieën voor een mondiale sociale agenda. Rijke landen werd gevraagd om de ontwikkelingshulp te verhogen, de schuldenlast van arme landen te verlichten en hen een eerlijke toegang te geven tot markten en technologie.

In 2015 hebben 193 landen de SDGs aanvaard en een nieuwe Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling onderschreven. Het is “een actieplan voor mens, planeet en welvaart. Het probeert ook de universele vrede in grotere vrijheid te versterken. We erkennen dat het uitbannen van armoede in al zijn vormen en dimensies, inclusief extreme armoede, de grootste wereldwijde uitdaging is en een onmisbare vereiste voor duurzame ontwikkeling”.

Een Belgische bijdrage

Jan Vandemoortele, een Belgische diplomaat die meer dan 30 jaar in verschillende hoedanigheden werkte voor UNICEF, UNDP, ILO en Wereldbank, was co-voorzitter van de VN-agentschapsgroep die de MDGs samenstelde.

Hij beschrijft hun geschiedenis als volgt: “De belangrijkste reden voor het samenstellen van de MDGs was om te voorkomen dat de Millenniumverklaring in de vergetelheid zou raken. Een verklaring van een wereldtop heeft een houdbaarheid van ongeveer zes maanden. Na die periode wordt zijn relevantie gereduceerd tot een kleine wereld, meestal het sponsorbureau aan de top.

Een paar maanden na de Millenniumtop, toen de verklaring begon te vervagen, kwam een ​​groep deskundigen uit de hele Verenigde Naties bijeen om de Millenniumverklaring te bespreken. Ook deskundigen van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling namen deel. Achttien doelen werden geselecteerd en letterlijk in een op zichzelf staande lijst geplaatst. Ze werden gegroepeerd onder acht doelen en 48 indicatoren werden toegevoegd voor wereldwijde monitoring. Die lijst met doelen, streefcijfers en indicatoren is eind 2001 voorgelegd aan de Algemene Vergadering van de VN onder de noemer Millennium Development Goals. En de rest is geschiedenis” (Vandemoortele 2015).

De selectie vergde uitgebreide discussies en onderhandelingen, “maar het was nooit de bedoeling om een ​​mondiale ontwikkelingsagenda te vertegenwoordigen. We zagen de MDGs gewoon als een manier om de relevantie van de millenniumverklaring te behouden. Twee criteria, hoewel niet strikt toegepast, speelden een rol bij de selectie: duidelijkheid en meetbaarheid” (Vandemoortele 2016).

De MDGs: te bureaucratisch, te ambitieus, te beperkt?

Ontwikkeling gaat in essentie over de ontwikkeling van mensen en de transformatie van de samenleving. Dat was ook het doel van de Millenniumverklaring van 8 september 2000: vrijheid, gelijkheid (van individuen en naties), solidariteit, tolerantie, respect voor natuur en gedeelde verantwoordelijkheid werden genoemd als zes waarden die fundamenteel zijn voor de internationale betrekkingen voor de eenentwintigste eeuw.

Meetbare en tijdgebonden mondiale doelen, de eerste in hun soort, werden aangenomen om een ​​aantal essentiële mondiale prioriteiten aan te pakken, zoals het terugdringen van armoede, honger en ziekte. De MDGs probeerden de mensenrechten van iedereen te waarborgen en gendergelijkheid van alle vrouwen en meisjes te bereiken. Ze waren bedoeld om geïntegreerd en ondeelbaar te zijn, en om de vier dimensies van duurzame ontwikkeling (nl. economische, sociale, ecologische en culturele) in evenwicht te brengen. Elke MDG had zijn eigen doelstellingen en benchmarks die een meetbare manier bieden om de uitvoering ervan op te volgen (UNDP, 2015).

Verschillende beperkingen werkten echter tegen het behalen van de MDGs: technische beperkingen omdat de MDGs numeriek zijn, operationele beperkingen omdat ze tijdgebonden zijn, en financiële beperkingen omdat de aanvankelijke kostenaannames onjuist bleken en er enkele vereisten opgelegd werden om in aanmerking te komen voor subsidies. Met andere woorden, er waren veel obstakels die overwonnen moesten worden. Maar het belangrijkste obstakel was: ontwikkeling werd gezien als een ‘technisch probleem’ dat van bovenaf door de nationale autoriteiten kon worden opgelost.

We hebben daarom eerder (bijvoorbeeld in Servaes 1999, 2017, 2020) reeds betoogd dat het essentieel is om te vertrekken vanuit het perspectief van lokale gemeenschappen en om samen te werken met organisaties (VN, overheid, ngo's, de publieke en private sector, en civiele samenleving) die een vertrouwen hebben ontwikkeld binnen een gemeenschap om duurzame verandering in de samenleving te bewerkstelligen. Een bottom-up perspectief op duurzame ontwikkeling of empowerment ondersteunt het vermogen van mensen om het bredere systeem te beïnvloeden en controle te krijgen over hun leven.

De ‘successen’ van de MDGs

Ondanks deze kritiek is men het er algemeen over eens dat de MDGs een belangrijke rol hebben gespeeld bij het aanpakken van armoede, honger en ziekten wereldwijd. Een aantal ontwikkelingslanden boekte aanzienlijke vooruitgang bij de verwezenlijking van bepaalde MDGs, maar de algemene vooruitgang was sporadisch over de doelstellingen, landen en regio's heen.

Enkele van de belangrijkste ‘successen’ tussen 2000 en 2015 zijn:
* Extreme armoede is wereldwijd gehalveerd.
* De inspanningen in de strijd tegen malaria en tuberculose hebben resultaat opgeleverd.
* Toegang tot een verbeterde drinkwaterbron werd een realiteit voor 2,3 miljard mensen.
* In alle ontwikkelingsregio's worden de verschillen tussen jongens en meisjes in het basisonderwijs weggewerkt. 90 procent van de kinderen in ontwikkelingsregio's gaat naar de basisschool.
* De politieke participatie van vrouwen is blijven toenemen.
* De ontwikkelingshulp herstelde zich, het handelssysteem bleef gunstig voor ontwikkelingslanden en hun schuldenlast daalde.
* Belangrijke trends die de ecologische duurzaamheid bedreigen, gaan door, maar er zijn ook voorbeelden van succesvolle acties.
* Honger blijft afnemen, maar er zijn onmiddellijke extra inspanningen nodig om de MDG-doelstelling te halen.
* Chronische ondervoeding bij jonge kinderen is afgenomen, maar een op de vier kinderen wordt nog steeds getroffen.
* De kindersterfte is bijna gehalveerd, maar er is meer vooruitgang nodig.
* Er moet nog veel meer worden gedaan om de moedersterfte terug te dringen.
* Antiretrovirale therapie redt levens en moet verder worden uitgebreid.
* Meer dan een kwart van de wereldbevolking heeft sinds 1990 toegang gekregen tot verbeterde sanitaire voorzieningen, maar toch nemen een miljard mensen nog steeds hun toevlucht tot ontlasting in de open lucht.

Armoede, ongelijkheid en informatielacunes
zijn niet verdwenen

Maar oude problemen als armoede, ongelijkheid en informatielacunes zijn niet verdwenen. Zelfs de voormalige secretaris-generaal van de Verenigde Naties, Ban Ki Moon, gaf toe: “Ondanks alle opmerkelijke winsten ben ik me er terdege van bewust dat de ongelijkheden blijven bestaan ​​en dat de vooruitgang ongelijk is. De armen van de wereld blijven overwegend geconcentreerd in sommige delen van de wereld. In 2011 woonde bijna 60 procent van de 1 miljard extreem arme mensen ter wereld in slechts vijf landen. Te veel vrouwen sterven tijdens de zwangerschap of aan complicaties bij de bevalling. Vooruitgang gaat meestal voorbij aan vrouwen en degenen die het laagst op de economische ladder staan, ​​of benadeeld zijn vanwege hun leeftijd, handicap of etniciteit. Ongelijkheden tussen landelijke en stedelijke gebieden blijven uitgesproken. Ervaringen en bewijzen van de inspanningen om de MDGs te behalen, tonen aan dat we weten wat we moeten doen. Maar verdere vooruitgang vereist een onwankelbare politieke wil en een collectieve inspanning op lange termijn. We moeten de grondoorzaken aanpakken en meer doen om de economische, sociale en ecologische aspecten van duurzame ontwikkeling te integreren" (UN 2015: 3).

De SDGs: Plus ça change, plus c'est la même chose!

Hoewel de MDGs in veel opzichten succesvol waren, was de kritiek dat ze onvoldoende inclusief waren en milieu-, communicatie-, inheemse en andere kwesties verwaarloosden.

De SDGs probeerden deze kritiek weg te nemen. Ze werden op een veel meer consultatieve manier onderhandeld en zijn veel breder in termen van de geïdentificeerde doelen. Maar de SDGs vereisen enorme kapitaalinvesteringen, niet alleen voor de SDGs als geheel, maar ook voor de afzonderlijke componenten ervan. Wereldwijd hebben ruwe schattingen de kosten voor het voorzien van een sociaal vangnet om extreme armoede uit te roeien op ongeveer 66 miljard dollar per jaar geschat, terwijl jaarlijkse investeringen in het verbeteren van essentiële infrastructuur zeven biljoen dollar kunnen bedragen (Ford 2015).

Ook de zwakten van de MDGs komen weer aan de oppervlakte. Net als de MDGs missen de meeste SDGs drie essentiele elementen: (i) een numerieke uitkomst, (ii) een specifieke deadline en (iii) een goed gedefinieerd domein.
Punt 3.1 is bijvoorbeeld een goed en geldig doel: tegen 2030 de wereldwijde moedersterfte terugbrengen tot minder dan 70 per 100.000 levendgeborenen.
Maar aan de andere kant bevat punt 17.2 geen deadline: Ontwikkelde landen moeten hun ODA-verplichtingen volledig nakomen, inclusief de toezegging van veel ontwikkelde landen om de doelstelling van 0,7 procent van ODA/BNI te halen.
Punt 16.5 - Corruptie en omkoping in al hun vormen substantieel verminderen - mist alle drie de elementen.

De SDGs bevatten eigenlijk veel items zoals 16.5. De lijst is een mengeling van idealen en normen, waarden en principes, algemeenheden en eigenaardigheden, en enkele herhalingen. Het gaat dan wel over 169 ‘targets’, maar in feite zijn er minder dan 30 concreet. En deze concrete doelstellingen verschillen niet van de MDGs, aangezien ze voornamelijk betrekking hebben op kwesties als armoede en honger, kinder- en moedersterfte, veilig water, onderwijs en gendergelijkheid.  De weinige doelstellingen die verifieerbaar zijn - die welke conceptuele duidelijkheid, cijfermatige uitkomst en specifieke deadlines bevatten - gelden bovendien vooral voor ontwikkelingslanden. Het weglaten van doelen voor overgewicht / obesitas en borstvoeding is bijvoorbeeld een voorbeeld van de onwil van ontwikkelde landen om zich te committeren aan specifieke, kwantitatieve en tijdgebonden doelen.

“Kortom, de SDGs zijn niet echt een reboot of een paradigmaverschuiving. Ze vertegenwoordigen ook geen universele agenda die ongelijkheid en duurzaamheid aanpakt. Plus ça change, plus c'est la même chose!" (Vandemoortele 2015).

Onze kritiek en die van Vandemoortele betekent niet dat de SDGs geen waarde hebben. Hun praktische relevantie vereist echter dat we dieper graven. De implementatie moet beginnen met het door elk land selecteren en aanpassen van bepaalde aspecten van de SDGs die het meest relevant zijn voor hun nationale context. Dit wordt vaak afgedaan als cherry-picking via een niet-participatief proces. Maar naar onze mening moet die selectie en aanpassing naast de overheid ook het maatschappelijk middenveld, academici, denktanks, vakbonden, werkgeversfederaties … en de ‘bevolking’ omvatten.

De vraag moet dan ook zijn hoe mondiale doelstellingen een verschil maken op nationale en regionale niveaus?

Prof. Em.  Jan Servaes
Voormalig UNESCO Chair University of Massachusetts at Amherst | Hij is de auteur van Handbook of Communication for Development and Social Change (Servaes, Jan (Ed.), Springer, 2020, 1500 blz, 2 volumes, 85 hoofdstukken - voor meer info klik hier

Uw doordachte reacties zijn welkom op het emailadres infoATpala.be

Lees ook deel 2 en deel 3 van deze artikelreeks
Hiaten en beperkingen van de duurzame ontwikkelingsdoelen - deel 2 Essay Duurzame ontwikkeling in coronatijden
Duurzame ontwikkelingsdoelen en COVID-19 - deel 3 Essay Duurzame ontwikkeling in coronatijden 


Overname van dit artikel toegelaten voor niet-commerciële en niet-gesubsidieerde organisaties met vermelding van auteur en bron, met weblink. Wij vernemen het graag | Commerciële en/of gesubsidieerde organisaties nemen voor publicatie contact op met info@pala.be

Tot het einde gelezen? En het artikel gewaardeerd?
Dan kan Pala misschien op uw steun rekenen: uw gift is welkom
op rekeningnummer BE66 5230 4091 1443 van Pala vzw – Leuven.
Of we verwelkomen u graag als vaste steungever - klik hier

Een goed artikel? Interessant nieuws? Neem een gratis abonnement op de Pala nieuwsbrief (maximaal 2 maal per maand), dan hoeft u geen enkel artikel te missen. Gebruik daarvoor het inschrijvingsformulierklik hier

Regio's: 

Lees ook

Wat is dan de weg vooruit?

Ontwikkelingsbeleid is al vele decennia weinig succesvol en de pandemie maakt het bereiken van de Duurzame Ontwikkelingsdoelen in 2030 eigenlijk onmogelijk. In het slotartikel van zijn reeks 'Communicatie in het COVID-19 tijdperk' vraag prof. em. Jan Servaes zich af hoe we toch vooruit geraken.