Home

We kunnen de discussie over economie niet overlaten aan economen

Aan de universiteit roept een professor economie zijn tienduizenden studenten van de voorbije dertig jaar terug. "Ik heb me vergist", schrijft hij in de uitnodiging. "Het is mijn plicht om al jullie generaties, mensen die nu dikwijls heel cruciale functies uitoefenen in onze samenleving, te vertellen dat wat ik al die jaren heb gedoceerd, fout is." Hij betreurt ooit te hebben beweerd dat zelfs cultuur volledig aan de markt moest worden overgelaten. Zijn brief vermeldt verder: "We weten nu dat de markt kan falen en dat overheden moeten ingrijpen. Ook de politiek moet meer globaliseren om de economie regels op te leggen." En hij besluit: "Dat zou ik jullie graag doceren opdat jullie eindelijk over de kennis zouden beschikken om mee de goede antwoorden te vinden op de problemen van onze mondialiserende samenlevingen. Sta mij toe mijn verantwoordelijkheid te kunnen nemen." (uit het boek Van eiland tot wereld. Appèl voor een menselijke samenleving, 2008, p.213)

Van eiland tot wereld is soms speels geschreven, maar een spel is het niet. Al ruim een jaar is het niet moeilijk om in de beschrijving hierboven professor Paul De Grauwe te herkennen. Een week geleden verschijnt een interview met hem in De Standaard. De krant meent een bekering op te merken. Er komen meteen reacties, o.a. van verongelijkte economen. De professor verduidelijkt dat hij zich, met vele anderen, heeft vergist in de mogelijkheden van de markt.

Leve relevante discussies tussen economen, hoe meer hoe beter.
Hier passen wel een kleine en een paar grotere bedenkingen.

Wie de voorbije jaren zijn boeken en artikels las, moet al lang hebben gemerkt dat de ooit ultraliberale professor is blijven nadenken - wat vermoedelijk niemand hem kwalijk neemt - en zich in zijn meest recente boeken eigenlijk tot een andersglobalist heeft ontwikkeld. Hij vindt al geruime tijd dat de markt flink wat bijsturing verdient op tal van vlakken en dat de markt als instrument zelfs kan falen, zeker als het erom gaat de ecologische crisis onder controle te krijgen.

Belangrijker en vooral vervelender is de vaststelling dat de politiek tot nu toe niet de goede raad opvolgt van wie de economie - terecht - anders wil aanpakken. Niet wanneer de andersglobalisten al van in de jaren negentig van vorige eeuw waarschuwen voor financiële en andere crises. Niet wanneer sommige economen alarm proberen te slaan. En niet wanneer er voor wordt gepleit om de knoeiende banken aan te pakken: zo argumenteert professor De Grauwe al in maart 2008 dat we slechte banken moeten nationaliseren. Dat was twee dagen nadat ikzelf op dezelfde opiniepagina's had gepleit voor coöperatieve en overheidsbanken als een manifest beter initiatief om het geldwezen te organiseren in dienst van de samenleving en van een duurzame economie.

Minstens even belangrijk, de discussie over de economie - en voor mij is dit alles wat welvaart produceert én verdeelt - kunnen we onmogelijk overlaten aan de beroepseconomen alleen. Dat is vooral zo omdat zij feitelijk heel hard achterop lopen op de samenleving als het erom gaat te herkennen en te erkennen wat best welvaart brengt voor zo veel mogelijk mensen. Neem nu de reactie van Philip Verwimp over het belang van instellingen, en de vele bijdragen daarover uit de economie. Welaan, proficiat aan de economen dat zij dit de jongste decennia zijn gaan onderkennen. Maar gelukkig dat wij niet op hen hebben gewacht om bijvoorbeeld ziekenfondsen te maken, en scholen, en media, en vakbonden, en coöperatieve banken... kortom, om onszelf al vele tientallen jaren gelukkig te maken met prachtige instituties die ons verzekeren van goed onderwijs, toegang tot krediet en informatie, herverdeling van de welvaart, gezondheidszorg of sociale zekerheid. En o zo jammer dat deze institutionele economen niet thuis gaven toen we bv. onze overheidsbanken en publieke telecommunicatie- en energiebedrijven verpatsten aan privébedrijven die op geen enkele wijze het algemeen belang dienen en ons nog bestelen ook. Vooral stom omdat we nu de instituties missen om efficiënt de crisis te lijf te gaan.
Merk meteen al het risico van een heel bedreigende blinde vlek bij deze institutionele economen. Alvast sommigen lijken te vergeten dat waardevolle maatschappelijke instituties niet uit de lucht komen vallen, maar het resultaat zijn van maatschappelijke strijd en keuzes, van politiek dus. Economen mogen best goede raad geven. Maar het zijn wel de samenlevingen die moeten beslissen over welke instituties ze nodig hebben, zoveel te meer omdat goede raad van economen - vooral dan van de grootste economische tafelspringers - de jongste decennia een extreem schaars goed was. Dat is de grootste ontsporing van de economie, dat is waarin ze het meest ontgoochelt.

Ja, er zijn echt redenen te over om ervoor te waarschuwen: de economie is veel te belangrijk om over te laten aan economen.

Dirk Barrez, 10 november 2009

klik hier voor voordeelaanbod netto prijs zonder verzendingskosten - Van eiland tot wereld. Appèl voor een menselijke samenleving, 2008, EPO, 19 euro

Lees ook

10.000 doden. Nieuwe editie

De snel evoluerende coronacrisis vroeg om evaluatie van het Pala e-boek '10.000 doden & lockdown'. Actualisering bleek amper nodig. Vele vragen over het mislukte beleid blijven onbeantwoord; en vooral ontbreekt (voorlopig?) een klaar gezondheidsdoel, een echt perspectief. Daarom bevat de nieuwe editie ook het essay 'de HALFsamenleving'.