Home

Straffe uitspraken, grote ambities

WAT LEERT ONS VOOR DE KOST? (2)

Pala aanbod - klik hier
€ 20 i.p.v. € 22,99 + gratis verzending


Vele stemmen associëren werknemers en hun organisaties met behoudsgezindheid. Die is er zeker voor de bescherming van de rechten, zekerheden en overlegstructuren die vroeger zijn afgedwongen. Maar conservatisme is allerminst wat de veertig geïnterviewde werknemers in het boek Voor de kost meest kenmerkt. Het is markant hoeveel echte, cruciale veranderingen ze ambiëren. En ze verwoorden deze in straffe uitspraken, meest van al zelfs over milieu. Deel 2 van het essay ‘Wat leert ons Voor de kost?’

Eigenlijk vind ik dat vliegen moet worden
afgeschaft of ontzettend beperkt.

Mij blijft sterk bij hoe hard velen deel willen uitmaken van de economie van de toekomst, hoeveel oog ze hebben voor de technologische ontwikkelingen en mogelijkheden. Ze zijn gewonnen voor echte vooruitgang, duurzame veranderingen en dus reële verbetering. Soms begeleiden ze die zelfs en overtuigen medewerknemers om vooral niet vast te komen zitten in het verleden, in technologieën en werkwijzen die ten dode zijn opgeschreven. Ze hopen heel sterk dat hun bedrijven ‘mee’ zijn, dat ze de trein van de toekomst niet missen, of dat nu is in de media, de uitgeverijwereld, openbaar vervoer, verzekeringen, energie- of autosector.

Sterke wil om deel uit te maken
van de economie van de toekomst.

Ze willen zeker ook dat bedrijfsleiders zowel de transformaties in hun sector ernstig nemen als dat ze hun werknemers én hun afgevaardigden betrekken bij het inschatten en aanpakken van de gevolgen daarvan. In de woorden van een syndicaal afgevaardigde bij een verzekeraar: “We zijn met 1200. Over de 200 minder geschoolden maak ik me al zorgen. Maar ik wil weten of ik ook bezorgd moet zijn over nog 600 anderen.”
Daarom vinden geïnterviewden het ook belangrijk dat werknemers het grotere economische plaatje zien waarin hun bedrijf opereert – dreigt ook voor ons, met dan toch één keer dat modewoord, disruptie? - en dat ze inzicht verwerven in hoe hun bedrijf financieel functioneert.

Bij velen is er een bijna vanzelfsprekende
aandacht voor het ecologische.

Het zal sommigen verrassen. Bij vele werknemers is er ook bijna vanzelfsprekende aandacht voor het milieu en het ecologische, of ze nu actief zijn in industriële activiteiten als glas en staal of in dienstensectoren als luchtvaart, post of kringwinkels. Ze beseffen goed dat de wereld eindig is, dat dit niet zonder gevolgen blijft voor hun bedrijven, dat die zich maar beter kunnen aanpassen en dus hun voetafdruk moeten verkleinen als ze hun toekomst willen verzekeren.

En dus is er de ploegbaas op Zaventem die vindt dat vliegen eigenlijk moet worden afgeschaft of ontzettend beperkt. Of de vakbondsafgevaardigde in een staalbedrijf die hoopt dat de mensen de vervuiling van de fabriek niet zullen blijven pikken. En de hulpoperator die vindt dat ook zijn multinational moet durven dromen over ‘hoe maken we mee de planeet gezond over 30 jaar?’ in plaats van te blijven hangen bij wat minder olie en wat meer gas en zonnepanelen.

Hoe vergaat het de mensen die werken? Dat blijft meest cruciaal

Meer nog dan milieu blijft het sociale de hoofdaandacht opeisen. Hoe vergaat het de mensen die werken? Hoe zit het met hun werkgelegenheid? Dreigt delokalisatie of oneerlijke concurrentie? Wat met de arbeidsvoorwaarden- en omstandigheden? Hoeveel zullen we werken, en voor welk loon en welke prijs? Welke impact is er op de gezondheid, gaande van de interne reorganisatie die een stresserende werklast meebrengt voor overbevraagde teams tot de impact op lijf en leden van kuisproducten die worden gebezigd.

Hoeveel zullen we dan werken? De discussie is heropend.

Eén van de meest diepgaande betrachtingen is heel zeker om de discussie over de werkweek en de wekelijkse arbeidsduur te heropenen. Het is vreemd dat gedurende het grootste deel van de twintigste eeuw er steeds minder werd gewerkt, maar dat die evolutie zowat stilviel in de jaren tachtig, terwijl nochtans de productiviteit van het geleverde werk is blijven stijgen. Steeds sterker zijn daarom de pleidooien te horen om die ook om te zetten in minder werk, om een vierdagenweek als het nieuwe normaal te beschouwen, of zelfs dat vijftien uur werken per week moet kunnen volstaan om goed te leven. Dat voorzag, heel lang geleden al, de econoom John Maynard Keynes voor het jaar 2030.

Zet efficiëntiewinst toch om
in sociale vooruitgang én in milieu-investeringen.

Meer dan één vindt het een raar of onverdedigbaar gezichtspunt dat de stijgende productiviteit alleen maar moet dienen om de financiële winst te verhogen. Helemaal 21ste-eeuws wordt het pleidooi dan als het pleit om efficiëntiewinsten zowel om te zetten in sociale vooruitgang voor de werknemers als in milieu-investeringen om planeet en samenleving niet te belasten. Vandaag blijft niet alleen de verdeling van de taart die werknemers en werkgevers bakken een strijdpunt maar evenzeer hoe ze wordt gebakken.

Onrust en onzekerheid rukken op

Nogal wat interviews geven inzicht in de ondraaglijke lichtheid die de behandeling van talloze werknemers kenmerkt, meest van al de zwaksten. Dat er maar geen regeling komt voor zware beroepen vinden velen stuitend. De re-integratie van langdurig zieken blijkt een onmenselijk randje te vertonen: er zit kwaadheid in de vraag “Hoe kan het toch dat iemand, die al decennia het beste van zijn leven heeft gegeven, wordt ontslagen om medische redenen, zonder ontslagvergoeding en vooropzeg? Het mededogen om lichtere jobs te voorzien voor zulke mensen blijkt verdwenen. Dit zal leiden tot nieuwe vormen van armoede.” Dat talloze vormen van discriminatie en achterstelling welig blijven tieren, en quota uitblijven kan op weinig begrip rekenen.

Steeds meer mensen worden
naar de rand van de samenleving gejaagd.

Het is een ongemakkelijke vaststelling dat, zoals iemand verwoordt, onze economie steeds meer mensen naar de rand van de samenleving jaagt. Uiterst pijnlijk is hoe wij in onze samenleving én de pensioenen hebben verwaarloosd én pensioenhervormingen doorvoeren die tallozen angst aanjagen of boos maken, of allebei; nog erger wordt het wanneer mensen gewoon niet meer weten waar ze aan toe zijn. Of nog: “Dat mensen moeten kiezen tussen geneesmiddelen of kou leiden, is een welvaartsstaat echt onwaardig.” Dan weerklinkt die onrustwekkende conclusie: “De ondermijning van de sociale zekerheid, op een sluipende wijze, houdt mensen in onzekerheid, dat is het tegendeel van wat sociale zekerheid moet zijn.”

Die onrust gaat meer dan eens gepaard met het sterke gevoel dat de gewone mens minder meetelt dan vroeger en er minder bij hoort. Iemand zegt het zo: “Zonder nostalgie, vooral arbeiders betalen een prijs voor het bijna volledige verdwijnen van het sociaal weefsel van de arbeidersbeweging in enkele decennia.”

Dirk Barrez

De auteur is hoofdredacteur van Pala.be.
Zijn nieuwste boek is Voor de kost. 40 mensen over hun job en echt werk.
Zijn vorige boeken zijn Transitie. Onze welvaart van morgen en Coöperaties. Hoe heroveren we de economie.


Dit is de tweede bijdrage van het 3-delige essay 'Wat leert ons Voor de kost'?
Lees ook de vorige en volgende bijdrage:
Ik doe mijn job graag … maar - Wat leert ons Voor de kost? (1)
Hoe ageren in groeiende tegenstroom? - Wat leert ons Voor de kost? (3)


Uw doordachte reacties zijn welkom op het emailadres infoATpala.be

Overname van dit artikel toegelaten voor niet-commerciële en niet-gesubsidieerde organisaties met vermelding van auteur en bron, met weblink. Wij vernemen het graag | Commerciële en/of gesubsidieerde organisaties nemen voor publicatie contact op met info@pala.be

Tot het einde gelezen? En het artikel gewaardeerd?
Dan kan Pala misschien op uw steun rekenen.
We verwelkomen u graag als steungever - klik hier

Een goed artikel? Interessant nieuws? Neem een gratis abonnement op de Pala nieuwsbrief (maximaal 2 maal per maand), dan hoeft u geen enkel artikel te missen. Gebruik daarvoor het inschrijvingsformulierklik hier

 

Regio's: 
Landen: 

Lees ook