Home

Ontwikkelings- en milieuwereldje moeten uit hun cocon

Ontwikkelingssamenwerking is in vijftig jaar uitgegroeid tot een heel aparte wereld. Die weet voldoende middelen te veroveren om te kunnen blijven bestaan; zelfs al komt ze haar mooie beloften niet na en is het begrip ontwikkeling al lang onttoverd. Het milieu- en klimaatwereldje is jonger maar ontwikkelt zich al te snel langs gelijkaardige onvruchtbare sporen.

Als ze niet uit hun cocons komen, helpen ze ons geen meter vooruit richting duurzame economie. Simpel gezegd, ontwikkeling moet altijd groen zijn, en groen mag niet anders dan sociaal zijn.

Wie geraakt er nog wijs uit?

Het is een vervelende waarheid, specialisten onder elkaar produceren dikwijls een dusdanig ingewikkelde terminologie dat ze niet-specialisten uitsluit. Hoogstens verschaft hun woordenschat henzelf enige duidelijkheid… in het beste geval. In conferenties over dat zo vaak misbruikte begrip duurzaamheid, bol van dure modewoorden, bekroop me meer dan eens de neiging om de deelnemers te vragen in welke mate zij elkaar nog begrepen.

Die kritische houding is meer dan nodig omdat, alle gepraat ten spijt, het niet echt opschiet met de omvorming naar een duurzame economie. We zijn ver af van het voortbrengen van voldoende welvaart voor iedereen zonder dat we daarbij ecologische grenzen overschrijden. Een tijdige transitie naar die sociaalecologische economie is op de meeste plaatsen en voor de meeste mensen (nog) niet in zicht.

Afgesloten schijnwerelden

Erger, ontwikkelings- en duurzaamheidsspecialisten produceren een denk- en werkkader dat die transitie allerminst vooruithelpt. Al meer dan 50 jaar is er die mythe gecreëerd dat specifieke ontwikkelingsadministraties en –organisaties met de hun toekomende budgetten ‘ontwikkeling’ zouden kunnen brengen of stimuleren. Het leidde tot een onstuitbare vloed van uitwaaierende specialismen en projecten die een afgesloten wereld vormen en vooral gemeen hebben dat ze samen geen diepgaande veranderingskracht bezitten. Steeds opnieuw bewezen hun ontwikkelingsmodellen veelal slecht of zelfs niet te werken.

Nog erger, ze waren de voorbije decennia voortdurend ontzettend laat om de grootste gevaren in de gaten te krijgen voor een economische ontwikkeling die zowel goed is voor de mens als het milieu weet te respecteren. Hebben ze al begrepen hoe funest de industriële landbouw wel is, en dat in alle opzichten? Is het eindelijk gemeengoed dat gezondheid in de eerste plaats te maken heeft met voldoende en gezond eten, en dus met voldoende inkomen kunnen verdienen en welvaartsverdeling? Zien ze in dat een duurzame economie die haar welvaart goed weet te spreiden niet kan waar de democratie en de rechtsstaat afwezig blijven? Aanvaarden ze nu eindelijk dat een economie die haar grootste kapitaal opvreet – de planeet – onmogelijk kan blijven functioneren?

In het verre zog van het vooral met zichzelf bezig zijnde ontwikkelingswereldje, is er nu ook een heel klimaatwereldje gegroeid met tal van administraties, organisaties, met groene projecten, zogenaamde schone lucht mechanismen en zelfs heus klimaatgeld.

Hun falen is onvergeeflijk

Laten we elkaar goed begrijpen. Voor tal van terreinen deskundigheid opbouwen en verantwoordelijkheden toebedelen is nuttig en noodzakelijk. Dat instituties aan territoriumdrift gaan leiden en vooral de grotere verbanden en oplossingen uit het oog verliezen, is  echter onaanvaardbaar. En dat ze meer begaan zijn met zichzelf en hun falende modellen en nepoplossingen blijven najagen, is ronduit onvergeeflijk.

Want waar staan we nu? Dat ‘ontwikkelaars’ en hun industrie zich niet kanten tegen klimaatgeld – het zou er nog moeten aan mankeren – maar vooral geen vervuiling willen met ‘hun’ ontwikkelingsgeld. Daar moeten alle anderen hun pollen van afhouden. En de jongere milieu-industrie komt op voor haar heel eigen fondsen, mechanismen en groene infrastructuurprojecten. Het is opvallend overigens hoe dikwijls die falen, net als zovele groots opgezette maar mislukte ontwikkelingsprojecten, de fameuze witte olifanten.

Kom toch uit die onvruchtbare cocon

Hallo? Willen jullie de eigen cocon en schijnwereld dringend verlaten? Kunnen jullie nu ophouden met die onvruchtbare opdelingen en, bijna 45 jaar na het rapport Grenzen aan de Groei van de Club van Rome en bijna 30 jaar na het rapport Our Common Future, eindelijk bezig zijn met duurzame ontwikkeling op onze éne planeet? Kunnen we overal vooral nadenken over welke duurzame economie we willen? En over hoe we best geld en middelen inzetten om die vervolgens zo snel als maar mogelijk op de sporen te zetten? Sowieso moet zulke economie goed zijn voor het milieu, en dus o.a. de opwarming van de aarde tegengaan. En ze moet tegelijk al even vanzelfsprekend goed zijn voor alle bewoners van de planeet en hun samenlevingen.

Ontwikkeling moet groen zijn,
en groen moet sociaal zijn.

In simpele jargontaal. Ontwikkeling zal dus groen moeten zijn (of niet zijn). En groene projecten zullen sociaal en rechtvaardig moeten zijn (of niet zijn). Het is in die echte duurzaamheid dat we bliksemsnel moeten investeren. Dat zal het vlugst, meest democratisch en efficiënt verlopen indien alle landen en samenlevingen in de eerste plaats zelf hun transitie in handen nemen en sturen.

Dirk Barrez
 

Uw doordachte reacties zijn heel welkom op het emailadres info@pala.be

Tot het einde gelezen? En het artikel gewaardeerd?
Dan kan Pala misschien op uw steun rekenen.
We verwelkomen u graag als steungever - klik hier

Een goed artikel? Schenk vrienden, familie, kennissen of collega’s een gratis Pala abonnement, gebruik daarvoor het geschenkabonneeformulierklik hier

Meer verwante artikels lezen?
Van vlag tot hashtag? Blijven bewegingen motor van verandering in globaliserende wereld?
2052 vertelt hoe stom mensen volgende 40 jaar zullen zijn

Lezersreacties

Hallo Dirk.

Een uitdagend artikel! Je schrijft: ontwikkeling moet altijd groen zijn. En groen mag niet anders dan sociaal zijn. Ik ben het daar van harte mee eens. En tegelijkertijd zie ik deze twee deelgebieden – groen en sociaal – elkaar in de praktijk nauwelijks (althans onvoldoende) ontmoeten, laat staan in wisselwerking met elkaar geraken. Dat is ook wat je zegt in je artikel.

Ik kan me nog goed herinneren hoe je eerder zei: de oplossingen zijn er allemaal al. We hoeven niets nieuws meer uit te vinden. We moeten het alleen gaan doen. Je had het toen over de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. En in dat doen zit het nu net de moeilijkheid. We leven in een wereld met oogkleppen, is me duidelijk. Die maakt, dat mensen slechts een klein gedeelte waarnemen, namelijk precies dat gedeelte wat recht voor hen ligt. Veel van wat ernaast en erachter ligt en wat belangrijk en van waarde is, wordt hierdoor niet gezien.

Het gekke is: we hebben te maken met een economie, die dit ‘niet zien’ koestert. Ik kan me nog van mijn middelbare schoolperiode herinneren hoe ons in de economie-les het begrip ‘externaliteiten’ werd uitgelegd. Externaliteiten, werd ons gezegd, dat zijn de maatschappelijke kosten, die buiten de prijs van een product vallen. Als voorbeeld werd gegeven de uitstoot uit de schoorsteen van een fabriek. En, werd erbij verteld: doordat die uitstoot zich in de lucht verspreid, wordt de hiermee samenhangende vervuiling als het ware in het niet opgelost. Dat was zo’n vijftig jaar geleden.

Als we de situatie nu bekijken, dan kan niet anders dan gezegd worden, dat dit in de economische theorie ingebakken wegkijken van allerlei vervuiling en kosten catastrofaal heeft  uitgewerkt. Externaliteit was destijds een abstract begrip voor me. Het klonk goed en het leek logisch, en ik nam het in me op. Nu pas ben ik me gaan realiseren, dat externaliteit betekent: dat wat erbuiten valt. Bij externaliteiten gaat het dus om uitsluiting.

Inmiddels is me ook duidelijk geworden wat er zoal buiten valt. En hier kom ik bij een cruciaal punt. Wat is buitengesloten, zijn namelijk allerlei maatschappelijke waarden. Die worden vanwege de logica van de economie, die zich baseert op deze uitsluiting, niet gezien. De waarde van de lucht bijvoorbeeld (de lucht die we inademen en de atmosfeer rondom de aarde), de waarde van het water (ons drinkwater, onze rivieren, zeeën en oceanen), de waarde van de aarde (met alles erop en eraan, waaronder kostbare oerbossen) en de waarde van de zon (met zijn gratis warmte): het gaat hier notabene om de vier oerelementen, met behulp waarvan alles op onze materiële aarde is opgebouwd! En(de waarde van) dat alles, is in de economie ‘erbuiten geplaatst’.

Hetzelfde geldt ook voor de waarde van tijd, aandacht, vriendschap, warmte en medemenselijkheid; en de waarde van traditionele kennis (op het gebied bijvoorbeeld van zaden). Al deze waarden worden door de economie, met ondersteuning van overheden, ‘erbuiten geplaatst’.

Terwijl: op deze manier doen we in feite de hele planeet aarde in de uitverkoop. En voor dat alles gaan we ook nog eens een dure prijs betalen. Want met de  ‘maatschappelijke kosten’ waarvan bij de definitie van externaliteiten sprake is, wordt bedoeld de kosten voor de maatschappij: de kosten dus voor u en ik en toekomstige generaties. Het buitensluiten van deze maatschappelijke waarden kent inmiddels een gigantische prijs. De situatie op milieugebied – geef je terecht aan - is inderdaad urgent.

Er moét iets gebeuren, en snel. Maar wat, door wie en hoe? Ik kom terug op je opmerking over dat de oplossingen er allemaal al zijn. De directeur van een Engelse NGO vertelde, tijdens een interview dat we met hem hadden voor het blad ‘WereldDelen’, over de opkomst van een nieuwe supermacht op het gebied van wereldzaken, namelijk de publieke opinie. Misschien moeten we ons alleen nog maar bewust worden van de supermacht waar we deel van uitmaken, en deze macht inzetten om de verandering te bewerkstelligen, die nodig is om de aarde te behouden als de veilige en aantrekkelijke plek voor alle wereldbewoners, waarbij niets en niemand (ook de toekomst niet) wordt uitgesloten.

Het instrumentarium is er al; in de vorm van een uniek stelsel aan mensenrechten. En laten we vooral de vorderingen op milieugebied in de vorm van bijvoorbeeld de door Urgenda gewonnen ‘klimaatzaak’ niet vergeten. (nvdr: De Nederlandse duurzaamheidsorganisatie Urgenda wint in juni 2015 haar klimaatzaak: de rechtbank dwingt Nederland om tegen 2020 een kwart minder broeikasgassen uit te stoten. Lees voor België ook Klimaatzaak, rechtvaardige zaak. Vertrouw echter niet enkel op de gerechtelijke molen)

Misschien, denk ik wel eens, is het belangrijkste, dat er moet gebeuren, dat we de eenheid ontdekken, die we met z’n allen vormen; de eenheid, die ‘één wereld en één mensheid’ genoemd kan worden. Van deze eenheid is niemand uitgesloten. We moeten het alleen nog ontdekken.

In mijn boek Waarde(n)volle wereld, dat vorige week uitkwam en dat ook in België verkrijgbaar is, heb ik geprobeerd dit alles tot uitdrukking te brengen. Samen staan we sterk; sterker dan we vermoeden. En daarvoor moeten mensen inderdaad uit hun cocons komen. We zijn het aan elkaar verplicht. Omdat we met elkaar verbonden zijn.   

John Habets.

__________________________________________

Heel doordacht is mijn reactie niet, maar ik ben volledig akkoord met dit artikel rond die cocons... de NGO's en co zijn in hetzelfde bedje ziek.

Deze week gaven we met Climaxi Het Visserijblad opnieuw uit. Een blad rond visserij dat tachtig jaar bestond maar in 2013 verdween. Er staan visserverhalen in, door vissers geschreven, een recept, cultuur én artikels rond klimaat/ecologie. Dat blad vliegt hier de deur uit. Mensen lezen het geheel en hebben ondertussen ook de kritische artikels mee.
Toen ik dat aan 't maken was, dacht ik: dat is het, zo een volkse mengeling die begrijpbaar is en toch 'links'. Wij produceren dikwijls compleet onleesbare teksten die enkel door insiders gelezen worden: preken voor eigen kerk... Ik ben soms nogal ontgoocheld in de NGO-sector en zijn neiging om méér tegen dan mét de mensen te werken. Heb daar vorig jaar ook in Oikos een lang stuk over geschreven...

Filip De Bodt

Nawoord Pala redactie

Het Oikos artikel van Filip De Bodt 'Politisering en depolitisering' is in pdf vorm toegevoegd aan dit artikel - zie onderaan

__________________________________________

Beste,

Ik ben geheel akkoord met de bedenkingen die geformuleerd werden over ontwikkelingshulp. Ikzelf heb jarenlang in ontwikkelingslanden gewerkt als dierenarts voor FAO, ABOS, WB, EU en ben uiteindelijk eruit gestapt omdat ik het (vooral bij de EU) een hypocriet wereldje vond.
Mijn grieven en bedenkingen heb ik toen samengevat in de vorm van een artikel.
Ik ben zo vrij dit in attachement naar u op te sturen en hoop dat het door jullie eventueel op de website geplaatst kan worden zodat meer mensen het kunnen lezen.

Beste groeten
Bert Gorissen

Nawoord Pala redactie

Ook deze bijdrage is in bijlage te vinden onderaan 

__________________________________________

Beste,

Natuurlijk ben ik het eens met de stelling, maar de intellectueel in mij heeft er wel een verklaring voor.

Ten eerste heeft iedereen de neiging de eigen stoel te willen financieren, dat geldt voor ontwikkeling, milieu, hulpverlening, etc. Je zou kunnen stellen dat het heel moeilijk is toe te geven dat de eigen competenties en taken 'overbodig' worden of in de tijd moeten evolueren. Zoveel onzekerheid kan de gemiddelde goedbedoelende middenklasser niet aan.

Ten tweede dienen al die conferenties tot 'claim en reframe', wat niet onbelangrijk is voor de gevestigde machten, maar ook voor de verschillende mens en maatschappijbeelden van waaruit aan duurzame doelen wordt gewerkt. Daarom wordt duurzaamheid ook voortdurend gebruikt in de Van Dale definitie - van lange duur- , wat niet hetzelfde is als de Brundlandt definitie. Nu is het wel zo dat elk nieuw begrip dat 'mainstream' wordt per definitie holler wordt. Want de meerderheid bestaat nu eenmaal uit middelmatige denkers.
De nood om te 'reframen' komt voort uit de nood om vanuit een cognitieve dissonantie de eigen keuzes te rationaliseren. Als de definitie van duurzaamheid te eng is om er het eigen wereldbeeld en mensbeeld in kwijt te kunnen, zal men eerder het begrip oprekken i.p.v. de eigen aannames in vraag te stellen. Niets menselijk is ons vreemd...

De vele samenkomsten zijn er ter bevestiging van elkaar, om het eigen kader af te toetsen aan de gangbare of ideologisch aanvaardbare invulling van begrippen die een dominant discours zijn ( of zullen worden ). Ze dienen ook de gevestigde machtsgroepen, die elk een stuk van de taart willen die uit een discours ontstaat.

Af en toe roep ik ook 'het is niet eerlijk', maar als je de mechanismen kent, is het goed om na te denken hoe jij, ik, elk van ons kan ingrijpen op een wijze die inderdaad reële verandering bewerkstelligt. En vaak kan het niet anders dan via het instrumentarium van de anderen. Dat is misschien jammer, misschien ongemakkelijk, maar wel effectiever dan roepen vanaf de kade dat het schip de verkeerde kant uitgaat.

Met vriendelijke groeten,
Lucie Evers

Lees ook