Home

47. Inconvenient Truth Part 2. De economie van het dagelijks ‘brood’

Een luttel procentje van het wereldinkomen, dát is het inkomen van de 850 miljoen allerarmsten. Dat is vooral wat ze eten... of niet eten, of te weinig of te onevenwichtig, wegens gebrek aan inkomen.

Toch niet over honger zeker? Opnieuw?
Jawel, vanzelfsprekend. Als het normaal zou zijn dat coca cola altijd zijn waar blijft aanprijzen - nu ‘great taste, zero sugar' nietwaar? -  dan is het toch driedubbel normaal om te moeten blijven herhalen hoe obsceen het is dat ondervoeding blijft bestaan. Het blijft onmenselijk dat op een halve dagreis van ons, en soms zelfs maar op wandelafstand of een korte autorit van de rijke weldoorvoede wereld, mensen ondervoed zijn en aan de gevolgen daarvan creperen.

Wie dit leest heeft misschien moeite om het zich voor te stellen. Maar stel dat jouw jaarinkomen vierhonderd euro bedraagt of zelfs nog minder... Wel, dan heb je echt wel andere prioriteiten dan de aankoop van een auto, televisie of computer.
Voor ruim een derde van de wereldbevolking is datgene waar ze echt van wakker liggen hun dagelijks ‘brood' (of rijst of bonen), hun voedselzekerheid. Voedsel is hun leven, hun overleven, voedsel is hun gezondheid, voedsel is hun werk. Alleen al voedsel is dus een direct op de mens gerichte economie, goed voor ruwweg driekwart van hun povere koopkracht.

_________________________________________________________________

We mogen er gerust in zijn. De allerarmsten zullen met extra inkomen geen broeikaszwangere 4x4 terreinvoertuigen kopen.
_________________________________________________________________

Voor de rijken draait die oeroude, vooral natuurlijke voedseleconomie om een pover en verwaarloosbaar procentje van de wereldeconomie. En inderdaad, dat is ook zo, voor wie niet voorbij de gortdroge cijfers uit de productietabellen kijkt.
Voor de armen is de in de ogen van de rijken ‘onooglijke' economie van het dagelijks ‘brood' echter het verschil tussen overleven en sterven.

Maar neem toch een extra kijkje in de gortdroge productiecijfers. Want wat is daar nog te zien? Het jaarinkomen van de volledige wereldbevolking bedraagt ruim 35.000 miljard euro. We zijn nu met zowat zes miljard zeshonderd miljoen mensen. Een kleine berekening leert dat er gemiddeld voor iedereen 5300 euro per jaar beschikbaar is. Het is dus niet zo moeilijk om het inkomen van de armsten wereldwijd op te tillen van jaarlijks 400 euro - of zelfs nog veel minder - tot 500, 600 of zelfs 700 euro per jaar, dat is toch geen schandalig hoog inkomen?

 

Prioriteiten voor de wereld

Onze wereld heeft enkele absolute prioriteiten, één ervan is inderdaad de opwarming van de aarde, die inconvenient truth die hoogdringend moet ingeperkt, ook al om morgen nog voldoende voedsel voor iedereen op onze planeet te kunnen verbouwen.

Welnu, een andere absolute prioriteit is ervoor te zorgen dat van het jaarinkomen in de wereld er voldoende beland bij de 850 miljoen allerarmsten zodat ze geen honger meer hoeven te hebben.
Ze hebben recht op de middelen die hen een menselijk bestaan kunnen garanderen, niet in 2015, niet voor de helft onder hen zoals de millenniumdoelstellingen beogen, ze hebben er recht op, vandaag.

Als we dan de nodige middelen verzamelen bij wat die andere inconvenient truth - de opwarming van de aarde - veroorzaakt, slaan we meteen twee vliegen in één klap. Dus omhoog de belastingen op al wat broeikasgassen produceert en gedaan met bedrijfswagens fiscaal te bevoordelen wat gelijk staat aan ecologische oplichting.

Wij hebben die aanmoediging hard nodig om andere ecologische wegen in te slaan.

En als dat inkomen rechtstreeks bij de allerarmsten belandt, mogen we gerust zijn, zij zullen er geen olieverslindende terreinvoertuigen mee kopen.

 

Dirk Barrez, 7 november 2006

 

VOOR WIE MEER DISCUSSIESTOF WIL, surf naar het e-boek en lees vooral in deel 4 De strijd voor voedsel - kunnen 10 miljard mensen eten?

Regio's: 

Lees ook

BOEK - VAN EILAND TOT WERELD. Appèl voor een menselijke samenleving

klik hier om het boek te bestellen

Van overal reizen afgevaardigden naar het eiland Pala om het verhaal en het programma van de goede samenleving te schrijven, met een economie die eindelijk van ons is, die de aarde geen geweld aandoet en waarvan de welvaart eerlijk verdeeld raakt, met mondiale sociale zekerheid en een aardegebruiksrecht voor iedereen.

Aan al wie beweert dat het nastreven van utopieën gevaarlijk is, antwoorden we: ‘Hadden we dan geen welvaartstaten moeten afdwingen? Of geen gelijke rechten voor man en vrouw? Wij hebben de vrijheid om ons leven te verbeteren.’

Dit boek doorbreekt de crisis van de verbeelding en ziet wel alternatieven. De auteur durft opnieuw de grote verhalen brengen.