Home

64. De solidaire samenleving

Momenteel zijn veel werknemers ervan overtuigd dat de globalisering een pletwals is die niet te stoppen valt. Die pletwals stelt de consumenten tonnen goedkope producten ter beschikking door de inzet van massa's goedkope arbeidskrachten over de hele wereld, maar dreigt tegelijk jobs, lonen en arbeidsomstandigheden hier te ondergraven.

Sociale dumping tegengaan

Je kunt daar als een geslagen hond op reageren en met de handen in de schoot langs de kant gaan zitten. Dat is noch mijn natuur, noch mijn vakbondscultuur. Actie voeren op alle terreinen is dé opdracht om het wilde kapitalisme te counteren. Om vakbondsrechten en mensenrechten af te dwingen op alle moeten in de eerste plaats de vrije democratische vakbondsorganisaties ter plekke versterkt worden. Tweede guideline is de internationale instellingen (Internationaal Monetair Fonds (IMF), Wereldbank, Wereldhandelsorganisatie (WHO)) beïnvloeden zodat ze mensenrechten en werknemersrechten opnemen als voorwaarde voor de verstrekking van leningen en minimale sociale regulering voorzien bij het openstellen van markten.
De zogenaamde ‘Washington Consensus' zette sinds de jaren 80 van de vorige eeuw een set van maatregelen uit, vanuit de in Washington gevestigde Bretton Woodsinstellingen IMF en Wereldbank. Het ging om een sterk neoliberaal geïnspireerd beleid met vooraan liberalisering van handel, privatisering, deregulering
en flexibele arbeidsmarkt. Armoedebestrijding was ook voorzien, maar werd in de praktijk marginaal. Die benadering kreeg internationale politieke ondersteuning van de Amerikaanse president Ronald Reagan (ambt 1981-1989) en eerste minister van
het Verenigd Koninkrijk Margaret Thatcher (ambt 1979-1990). Zij maakten gebruik van de val van de Berlijnse Muur in 1989 om de wereld een liberaal model op te leggen. Maar de globalisering volgens dat model liep verkeerd. De beloofde welvaart beperkt zich tot enkele landen waar de economie explodeert, maar dan nog loopt het mis met de verdeling van die welvaart. Afrika en zelfs Latijns-Amerika en meerdere Aziatische landen zagen hun tewerkstelling verschuiven van de formele naar nog meer informele economie. Er groeit steeds meer eensgezindheid, ook in de economische en financiële instellingen dat de ‘Washington Consensus' de toekomst achter zich heeft. Toch gedragen de economische en de financiële wereld er zich nog steeds naar.

Eén globale vakbond

Er is nood aan een alternatief, daar wordt over gedacht en aan gewerkt. Om de uitwassen van het graaikapitalisme aan banden te leggen, stel ik mijn hoop op de bundeling van alle syndicale krachten ter wereld in één globale vakbond.
Sinds 1 november 2006 is die wereldvakbond een feit. 1800 vertegenwoordigers van meer dan 300 vakbonden die samen 168 miljoen leden vertegenwoordigen, stichtten toen in Wenen het Internationaal Vakverbond (IVV)3. Die nieuwe koepel is een fusie van het pluralistische - oorspronkelijk met religieuze inspiratie - Wereldverbond van de Arbeid (WVA), en het socialistisch geïnspireerde Internationaal Verbond van Vrije Vakverenigingen (IVVV). De wereldwijde eenheidsvakbond moet een sterkere vertegenwoordiger worden van alle werknemers uit de hele wereld. Een bond die de economische globalisering in een sociale matrijs moet gieten. Decent work, solidariteit, democratie en gerechtigheid staan hoog in het nieuwe vaandel van het IVV geschreven. Vanaf 2008 zal 8 oktober wereldwijd in het teken staan van de strijd voor decent work. 8 oktober wordt de Werelddag van de Arbeid.
De nieuwe structuur kon tot stand komen omdat nu ook bij vele socialistische bonden de denkpistes van collectivisme en algemene overheidssturing als alleen zaligmakend, langzaam maar zeker worden verlaten. Alle syndicale neuzen wijzen voldoende in dezelfde richting. En dat is nodig om van de economische globalisering ook een sociale globalisering te maken. De nieuwe structuur heeft de capaciteit om te slagen. Door doelgerichte, precieze acties rond specifieke thema's. Richtsnoer daarbij zullen steeds de vijf grondrechten van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) zijn: syndicale vrijheid, verdeling van de rijkdom, waardig en duurzaam werk, verbod op kinderarbeid en gedwongen arbeid en verbod op discriminatie omwille van
geslacht, geloof of politieke overtuiging. Het zal niet zonder slag of stoot gaan, sociale gerechtigheid wordt nooit op een zilveren schoteltje aangeboden. Maar de nieuwe koepel moet het gemakkelijker maken om de grote IAO-principes af te dwingen.
Het IVV kan ondersteuning verlenen aan lokale organisaties. Het zal door gecoördineerde actie ook druk kunnen zetten op multinationals, regeringen en internationale kredietinstellingen zoals het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en de Wereldbank, wanneer die met kredietvoorwaarden of saneringsprogramma's het inkomen van duizenden families in ontwikkelingslanden in gevaar brengen. Maar het zal de vakbondswerking aan de basis in Columbia, Senegal of Indonesië niet vervangen. Ter plekke moeten de lokale bonden de kastanjes uit het vuur halen. Zij zullen betere lonen en arbeidsvoorwaarden moeten afdwingen. De nieuwe koepel kan hen helpen de nodige capaciteit op te bouwen.
Waarom citeren we het IMF en de Wereldbank? Het zijn instellingen die leningen verstrekken aan ontwikkelingslanden. In het verleden koppelden ze aan hun leningen nogal vlug de eis dat de ontvangers moesten snoeien in hun overheidsuitgaven voor
onder meer onderwijs en sociale voorzieningen. Het zijn nooit instellingen van barmhartigheid geweest. Nu beginnen de geesten bij het IMF en de Wereldbank toch te bewegen. Voorlopig schuiven ze het sociale thema nog door naar hun sociale departementen, maar dat is wellicht toch het begin van een kentering ten goede. Ook de OESO zegt nu in haar documenten dat de globalisering anders moet.

Goed voor u

Het Internationaal Vakverbond moet ervoor zorgen dat werknemers overal ter wereld een rechtvaardig loon krijgen en deugdelijke werkomstandigheden. Van hun kant willen de werknemers van ons oude continent vast weten hoe deze nieuwe koepel kan bijdragen om hun eigen sociale verworvenheden te behouden. Ook hier zijn de IAO-standaardnormen onze ijkmaat en ons beste wapen. Als de werknemers in Oost-Europa, China en India aan een fatsoenlijk loon en aan menselijke arbeidsvoorwaarden geholpen kunnen worden door ter plekke de opbouw van democratische vakbonden te ondersteunen die vrije onderhandelingen kunnen voeren, dan stijgen hun inkomen en levensstandaard en kunnen zij op hun beurt producten van hier kopen, waardoor de werkgelegenheid ook hier aantrekt. Dan kan Bekaert bijvoorbeeld staalkoord leveren voor de productie van autobanden in China.
Tegelijk zal de neiging om productie naar lagelonenlanden over te brengen bekoelen wanneer men erin slaagt om de IAO-normen daar te doen respecteren. Er moet een nieuw evenwicht komen. De sociale bijsturing van de wereldeconomie is een verplichting uit solidariteit met de werknemers uit de landen met een snel groeiende economie, maar ze ondersteunt evengoed het welbegrepen eigenbelang.

Tegengas geven

De wereldvakbond is nodig omdat de vrije markt nooit vanzelf sociale correcties zal aanbrengen. Daarvoor is de hebzucht van diegenen die geld en kennis hebben nu eenmaal te groot. Het argument dat juist de globalisering zelf het beste instrument is
om aan iedereen decent werk en inkomen te verschaffen, houdt daarom geen steek. Investeerders gaan daar waar ze de minste weerstand ondervinden. Als zij in China kinderen van veertien jaar meer dan twaalf uur jeans kunnen laten stikken, zullen ze
dat niet laten. Omdat ze weten dat de politieke context dat toestaat en de controle ontoereikend is.
Het verschil tussen de profeten van de ongebreidelde globalisering en de vakbeweging is heel duidelijk: zij stellen een mechanisme voor en willen het zijn gang laten gaan. De vakbeweging en de sociale bewegingen stellen een doel voorop: het delen van rijkdom en economische meerwaarde en het recht op waardig werk. Zij kiezen voor een economisch systeem dat werk devalueert ten voordele van kapitaal. Ze opereren in een ethisch vacuüm waar het principe ‘the winner takes it all' hoogtij viert. De sociale bewegingen draaien dat om: de mens en zijn arbeid gaan voor op de winst. Ook de religieuze wereld, bijvoorbeeld Johannes Paulus II heeft zich in die zin uitgesproken; hij schikte arbeid in de rangorde der waarden boven kapitaal.

China

Hoe pak je dat aan? Hoe krijgt de wereldvakbond vat op de arbeidsomstandigheden in exploderende economieën, zoals de Chinese? China groeit in ijltempo uit tot economische wereldmacht waar vrije vakbonden niet geduld worden en embryonale aanzetten van vrij syndicalisme in de kiem worden gesmoord. Op het stichtingscongres van de nieuwe wereldvakbond in Wenen was geen enkele vertegenwoordiger van de Chinese regimegebonden vakbonden aanwezig. Er werd nog zwaar gediscussieerd of het strategisch nu wel of niet goed was om met hen aan tafel te gaan zitten. Maar wie anders kan daar een gesprekspartner worden? Op de vergadering van het bestuur van het IVV in december 2007 gingen de tegenstanders van contact overstag, ze overwonnen hun smetvrees. Je moet immers de overgang naar andere tijden kunnen maken. Het IVV gaat nu voor China dezelfde discrete weg volgen die het ACV volgde met de regimegebonden vakbonden uit het voormalige Oostblok.
Om de kaart van het Chinese labyrint te lezen, heeft het IVV goede Aziatische partners zoals de Brotherhood of Asian Trade Unions, die al bij het WVA was aangesloten, en nieuwe collega's in het IVV. Bovendien denk ikdat ook de Chinese leiders stilaan beseffen dat economische groei geen roofbouw kan blijven plegen op mens en milieu. Was het niet de Chinese eerste minister zelf die zei dat zijn land drie uitdagingen in de ogen kijkt: het milieu, de energiehonger en... de sociale  problemen. De Chinese autoriteiten moeten er zich inderdaad van bewust worden dat zij bepaalde fouten moeten vermijden. Het milieu is broos, de onevenwichten tussen rijk en arm zijn door de economische groei toegenomen en de kloof tussen platteland en industriële kuststeden groeit. Dat kunnen ernstige remfactoren worden.
Zoals het non-respect voor arbeidsrechten ook een splijtzwam kan worden en een bron van sociale onrust.
Kan de Chinese vakbeweging ook opnieuw tot het IAO-bestuur toegelaten worden? Om ook via de IAO druk uit te oefenen op het regime? Als er wat meer positieve tekenen komen van de kant van het regime kunnen de zaken evolueren. Onlangs kreeg het Chinese arbeidsrecht een lichte upgrade, maar de praktijk moet nu  uitwijzen welke vrijheid, welke extra manoeuvreerruimte de vakbond krijgt en - zeer belangrijk - hoe die wordt ingevuld. Welke ruimere bevoegdheden om te onderhandelen bij conflicten en om problemen op te lossen zal men er in de praktijk krijgen en nemen? Hoe verkleefd blijft de vakbond aan het regime? Afwachten is de boodschap. China, dat blijft voorlopig rijden en omzien.

Normen afdwingen

De verwachtingen ten aanzien van de nieuwe wereldvakbond zijn hooggespannen wanneer het afdwingen van fundamentele arbeidsrechten ter sprake komt. Er is de commissie ‘toepassing van de normen' van de IAO. Die kan landen vanwege wanpraktijken op de vingers tikken. Een weerkerende case is bijvoorbeeld Myanmar (Birma,) waar gedwongen arbeid voor onder meer de oliereus Total werd verricht. Na gesprekken met Total zouden de zaken in verband met gedwongen arbeid en mensenrechten bijgestuurd zijn, maar toch blijft het samenwerken met dat verschrikkelijke regime. Constante waakzaamheid en internationale druk kunnen zaken in gang zetten. Het komt eropaan firma's die in dergelijke wetteloze landen willen investeren op hun plichten te wijzen en onder druk te zetten. Tegelijk moeten ook democratische regeringen onder druk gezet worden wanneer ze expansiesteun
willen verlenen aan die ondernemingen. Onderschat de IAO niet. Als die organisatie niet bestond, zou ze uitgevonden moeten worden.

Global Unions

Maar of het nu over China of Birma gaat, het zijn de global unions die een vooraanstaande rol kunnen spelen in multinationale ondernemingen. Een Global Union is een koepel van wereldvakbonden uit de sectoren, zij staan via de ‘Council of Global Unions' in onmiddellijke relatie met het IVV. Er zijn Global Unions in de sectoren onderwijs, bedienden, hout en bouw, energie en scheikunde, journalisten, metaal, textiel en kleding, transport, openbare diensten, voeding en horeca. Zij kunnen de multinationale ondernemingen onder druk zetten om het respect voor de
fundamentele arbeidsrechten - die ze nu enkel op vrijblijvende manier via zelfregulering al dan niet naleven - ook in bindende afspraken om te zetten.
Pessimisten vinden dat die aanpak te licht weegt. Ik ben optimistisch en zie de dynamiek die door die aanpak op gang wordt gebracht; getuige de belangrijke conventie die met Umicore, een Belgische multinational uit de non-ferrosector, werd afgesloten. In die kaderovereenkomst werd afgesproken dat Umicore de basisconventies van de International Labour Organisation (ILO-IAO) wereldwijd, in al zijn vestigingen, zal naleven. Er worden elementen geregeld zoals vakbondsvrijheid, verbod op dwang- of kinderarbeid en verbod op discriminatie bij aanwerving. De internationale overeenkomst met Umicore is de allereerste in haar soort voor een Belgische multinational. Ze geldt niet alleen voor de Umicore-vestigingen zelf, maar ook voor ondernemingen waar Umicore medeaandeelhouder is. Umicore zal er bij zijn toeleveranciers en onderaannemers ook op aandringen dezelfde houding aan te nemen. Er bestaan wereldwijd al meer dan vijftig van dergelijke overeenkomsten.

Het komt eropaan de mno's te overtuigen dat ze er op langere termijn baat bij hebben de rechten van de werknemers overal ter wereld te respecteren, ook in landen met een regime dat het niet nauw neemt met de mensenrechten. Wanneer schendingen van het arbeidsrecht achterwege blijven en mensenrechten niet worden verkracht, zijn de werknemers meer gemotiveerd. Hun leven heeft een beter perspectief, waardoor sociale onrust uitblijft. Aan het respect voor de rechten van werknemers zit nog een voordeel vast voor de ondernemingen. De concurrentie wordt eerlijker. Multinationals die een overeenkomst met de Global Unions ondertekenen, steken hun nek uit.

Believer

Sommigen zien geen oplossing voor de wereldwijde problemen van onrecht, armoede en milieuverloedering. Ze verzinken in defaitisme of gaan erachter schuil om niets te moeten ondernemen. Daar heb ik het moeilijk mee. Kritische zin moet er zijn, maar schuilen in kritiek is een gemakkelijkheidsoplossing. Er moet gehandeld worden, al veranderen de zaken ook daardoor slechts beetje bij beetje. Ik geloof in de dynamiek van de verbetering. Ja, ik ben een believer.

Luc Cortebeeck, 22 april 2008

Cortebeeck Luc, De solidaire samenleving. Over de rol van sterke vakbonden, 2008, 149 p.

Klik hier voor meer info en bestellen van dit boek

Reageren kan per mail op info@globalsociety.be

Thema: 

Lees ook

Groei en bnp obsessies in coronatijd

De obsessie met groei springt opnieuw in het oog in de berichtgeving over de gevolgen van de coronacrisis. Samenlevingen zouden te maken krijgen met iets als ‘negatieve groei’ van hun economie.

Staat wie zoiets schrijft of uitspreekt er niet bij stil dat groei nooit negatief kan zijn? Groei betekent groter worden, toename.

In het omgekeerde geval is het afname, achteruitgang of krimp, zoals watervoorraden die afnemen, krimpend bosareaal of achteruitgang van de mentale gezondheid… en dus ook economische krimp of achteruitgang.